Geen vrijstelling voor letselschadevergoeding in box 3

De Staatssecretaris van Financiën heeft in een brief van 17 september 2019 de Tweede Kamer een aanvullende reactie gegeven op de motie Leijten-Lodders over de fiscale behandeling van letselschadevergoedingen in box 3.

Het kabinet wil in box 3 geen vrijstelling voor letselschadevergoedingen. Dit zou in strijd zijn met het uitgangspunt van box 3 dat vermogen, dat op de peildatum tot het bezit behoort, deel uitmaakt van de rendementsgrondslag.

 

Het kabinet voert verder aan, dat een voorwaarde voor een vrijstelling is dat bepaalbaar moet zijn wat onder de vrijstelling valt. Voor een schadevergoeding in de vorm van geld is dat in principe niet mogelijk als gevolg van zogenoemde verwatering. Bij een afname van het vermogen als gevolg van het feitelijk souperen van de schadevergoeding is niet te zien welke euro’s dat zijn.

Daarnaast is het gebruikelijk dat bij het bepalen van de omvang van de schade rekening gehouden wordt met de ingeschatte belastingheffing als gevolg van de te ontvangen schadevergoeding. Hierdoor zal de schadevergoeding hoger worden vastgesteld. In het geval er door een vrijstelling geen belastingheffing wordt verwacht zal de schadevergoeding dientengevolge ook lager worden vastgesteld. Een vrijstelling maakt per saldo derhalve geen verschil.

 

Verder merkt de staatssecretaris op dat door de recent (6 september 2019) voorgestelde aanpassing van box 3 iemand met een letselschadevergoeding aangehouden op een betaal- of spaarrekening tot een groot bedrag geen box 3-heffing meer verschuldigd zal zijn.