Gevolgen voor premieplicht van onjuiste aan Rijnvarende afgegeven E101 verklaring

image_pdf

Einduitspraak na Hof Den Bosch 7 februari 2014, 13/00040 en HvJ 9 september 2015, C-72/14 en C-197/14 (X en Van Dijk). De in Nederland wonende stuurman X werkt op een in Nederland geregistreerd Rijnvaartschip. Hij is in dienst bij een in Luxemburg gevestigde werkgever. X heeft een Luxemburgse E101 verklaring waarin is vermeld dat hij in Luxemburg verzekerd is. De Belastingdienst stelt zich echter op het standpunt dat de verklaring ongeldig is en dat X voor de Nederlandse sociale verzekeringen verzekerd is. In deze zaak heeft Luxemburg gemeld dat de E101 verklaring niet een E101 verklaring is en ook niet als zodanig is bedoeld, maar dat om administratieve redenen een E101 formulier is gebruikt. Hof Den Bosch heeft over deze kwestie prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. Na beantwoording van de vragen door het HvJ komt het Hof tot het volgende oordeel: X moet als Rijnvarende worden aangemerkt en de verzekeringsplicht moet worden bepaald aan de hand van de toewijzingsregels van het Rijnvarenden Verdrag. De exploitant van het schip is in Nederland gevestigd. X komt geen vrijstelling toe van de Nederlandse wetgeving inzake de premieheffing volksverzekeringen. Uit het arrest X en Van Dijk (rechtsoverweging 51) volgt dat Nederland niet gebonden is aan de E101 verklaring. Het arrest HvJ 27 april 2017, C-620/15 brengt daarin geen verandering. Kennelijk is doorslaggevend in het onderhavige geval dat de positie van X geheel wordt beheerst door het Rijnvarenden Verdrag en niet door EU Vo. 1408/71. De Belastingdienst is niet gebonden aan de E101 verklaring op grond van het Unierechtelijke beginsel van loyale samenwerking en het Unierechtelijke vertrouwensbeginsel en ook niet op grond van de (nationale) algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Evenmin is de Belastingdienst op grond van het Rijnvarenden Verdrag gebonden aan de E101 verklaring. Het HvJ heeft in rechtsoverweging 50 van het arrest X en Van Dijk overwogen, dat het feit dat een verklaring betreffende een Rijnvarende die is afgegeven in de vorm van een E101 verklaring niet de gevolgen heeft die voortvloeien uit een E101 verklaring, nog niet betekent dat deze verklaring geen enkel rechtsgevolg heeft. Volgens het Hof moet de overweging van het HvJ zo worden begrepen dat X zich tot de Luxemburgse autoriteiten moet wenden op de grond dat hij door hen op een dwaalspoor is gebracht en uit dien hoofde bijvoorbeeld door een civiele procedure de door hem geleden schade dient te verhalen. Maar het door het HvJ geopperde mogelijke rechtsgevolg heeft geen gevolgen voor Nederland. Uit deze overweging volgt derhalve niet dat de E101 verklaring de Belastingdienst bindt.

Ellen van Waaijen
Over Ellen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, [...]

Bekijk profiel