Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Goedkoopste advies hoeft niet het meest passend te zijn

Een klant heeft een hypothecair krediet. Het is een aflossingsvrije hypotheek waaraan beleggingsverzekeringen zijn gekoppeld. In 2013 wendt de klant zich tot een adviseur, die hem aanraadt de lening over te sluiten. De leningvorm verandert hierbij. Enige tijd later beklaagt de klant zich bij de adviseur, omdat een andere hypotheekconstructie goedkoper zou zijn geweest.

De klacht komt terecht bij het Kifid.


De klacht van de klant
De klant heeft op advies van de hypotheekadviseur de bestaande hypothecaire lening omgezet naar een deels aflossingsvrije en deels annuïtaire lening, waarbij de beleggingsverzekeringen zijn afgekocht. De klant had de adviseur bezocht met als hoofddoel om lagere maandlasten te krijgen.

De geadviseerde hypotheekconstructie is achteraf bezien niet de goedkoopst mogelijke geweest. Er waren veel goedkopere alternatieven en die zijn niet door de adviseur geadviseerd. Dit is een overtreding van de Wet op het financieel toezicht. De klant verwijst hierbij naar art. 4:23 Wft (de adviesregel) en 4:24a Wft (algemene zorgplicht - zie externe links).

Op basis eist de klant een vergoeding voor het niet-passende advies en wil hij de betaalde advies- en advocaatkosten terug. 

Het verweer van de hypotheekadviseur
De adviseur heeft uitgebreid geïnventariseerd wat de wensen en doelstellingen van de klant waren. Hoewel de klant aangaf te komen om lagere maandlasten te krijgen, kwamen nog twee andere aspecten aan het licht. Allereerst rendeerden de beleggingsverzekeringen negatief en er werd niets afgelost op de uitstaande hoofdsom. Daarmee was de klant ‘niet gelukkig’. Bovendien wilde de klant graag in aanmerking komen voor een lening met Nationale Hypotheekgarantie.

Op basis van deze informatie, was een omzetting naar een deel aflossingsvrij en een deel annuïtair voor deze klant het meest passend. 

Beoordeling Geschillencommissie Kifid
De klant heeft een Financieel Advies Rapport gekregen. Hierdoor was de klant op de hoogte (of had dit kunnen zijn) van de uitgangspunten van de nieuwe leningvorm. Dat heeft geleid tot een offerte die met de klant is besproken en door die klant is getekend.

Verder overweegt het Kifid als volgt:

  • Het feit dat er geen andere leningvormen zijn besproken of geadviseerd, betekent nog niet dat het gegeven advies niet passend zou zijn.
  • Ook staat niet vast dat de klant een ander, eventueel goedkoper, alternatief gekozen zou hebben, als hij dit alternatief wel voorgespiegeld had gekregen.
  • Het is niet aannemelijk noch gebleken dat het door de klant genoemde goedkopere alternatief passend was geweest. Het zou namelijk waarschijnlijk niet overeenkomen met hun wensen, doelstellingen en risicobereidheid. In het alternatief van de klant is er bijvoorbeeld geen enkele garantie voor aflossing van de lening op de einddatum, waardoor het nog maar de vraag is of deze leningvorm uiteindelijk echt goedkoper zou zijn geweest.
  • De stelling van de klant dat de adviseur niet voldoende zou hebben geïnventariseerd, wordt niet gevolgd door het Kifid: in het adviesrapport is melding gemaakt van de financiële positie, wensen, doelstellingen en risicobereidheid van de klant. Het advies is op basis van dat rapport voldoende reproduceerbaar. 

Conclusie: het Kifid wijst de vordering van de klant af. 

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships