Halliburton; een vervolg, wijziging fiscale regelgeving is zwaarwegend belang

In de kwestie waarover Rechtbank Noord-Nederland[1] zich moest buigen, stonden een werknemer en Halliburton wederom tegenover elkaar. In een eerdere procedure had de werknemer Halliburton aangesproken over zijn recht op een bonus en leaseauto. In de procedure hebben partijen een schikking bereikt, die is vastgelegd in een proces-verbaal.



[1] Rechtbank Noord-Nederland, 29 januari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:260

 

In deze schikking is een finale kwijting opgenomen:

“Partijen komen overeen dat zij na uitvoering van bovenstaande ter zake van alle onderwerpen van deze geschillen niets meer van elkaar te vorderen hebben en elkaar finale kwijting verlenen, met uitzondering van de discussie over pensioenaanspraken en de uitbetaling van een bedrag gelijk aan het maximum dagloon gedurende de loonsanctie.”

 

Na het bereiken van deze schikking heeft de werknemer geconstateerd dat hij over de toegekende bonus (rigbonus) geen pensioen heeft opgebouwd. In het pensioenreglement is opgenomen dat deze bonus pensioengevend is voor deelnemers werkzaam voor de afdelingen Sperry of Baroid. Werknemer was niet werkzaam voor deze afdelingen. Daarnaast is de pensioenregeling per 1 januari 2015 gewijzigd in die zin dat de pensioenleeftijd is verhoogd en daarmee de jaarlijkse opbouw is verlaagd. Werknemer stelt zich nu op het standpunt dat hij recht heeft op pensioenopbouw over zijn bonus en dat Halliburton niet over had mogen gaan tot het wijzigen van zijn pensioenregeling.

 

Met betrekking tot de bonus komt de kantonrechter tot het oordeel dat deze valt onder de overeengekomen minnelijke regeling. Immers, in de regeling is verwezen naar de geschillen (bonus en auto) en is finale kwijting verleend over alle onderwerpen van deze geschillen.


Inzake de aanpassing van de pensioenregeling per 1 januari 2015 oordeelt de kantonrechter als volgt. In het pensioenreglement is een eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen. Dit betekent dat met een beroep op een zwaarwichtig belang de werkgever de pensioenregeling kan wijzigen, zonder instemming van de werknemer. Halliburton stelt zich op het standpunt dat de fiscale aanpassingen in de toegelaten pensioenopbouw een zwaarwegend belang opleveren om tot wijziging van de pensioenregeling over te gaan. Eiser stelt zich op het standpunt dat fiscale kaders waaraan een pensioenregeling moet voldoen niet dwingendrechtelijk van aard zijn en op zichzelf dus geen zwaarwegend belang opleveren. Verder is sprake van een financieel gezond bedrijf dus het compenseren van het verlies in pensioen zou geen gevaar vormen voor de financiële continuïteit van Halliburton.

 

Daartegen heeft Halliburton weer ingebracht dat de pensioengrondslag is verhoogd in de nieuwe regeling en dat de werknemer geen eigen bijdrage aan de regeling betaalt. Daarnaast is door de overgang van bruto naar netto staffels de bijdrage van de werkgever hoger geworden. Deze aanpassingen maken volgens Halliburton dat de werknemer erop vooruit gaat in de nieuwe pensioenregeling. Tot slot heeft Halliburton pensioenadvies aangeboden aan al haar werknemers en heeft de betreffende werknemer geen gebruik gemaakt van dit aanbod.

De kantonrechter gaat mee in deze stellingen van de werkgever. De werknemer heeft onvoldoende aangetoond dat hij schade lijdt als gevolg van de doorgevoerde aanpassingen. Het beroep op het eenzijdig wijzigingsbeding door Halliburton slaagt derhalve.

 

Rechtbank Noord-Nederland, 29 januari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:260

Linda Evers
Over Linda

Mr. Linda Evers MPLA is sinds 2004 werkzaam als advocaat bij Gommer & Partners, daarvoor was zij werkzaam bij diverse verzekeraars en pensioenfondsen als pensioenjurist. Zij is lid van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen, treedt regelmatig op als docent en publiceert in [...]

Bekijk profiel