Heffing na een overschrijding wettelijke termijn bij pré-Brede Herwaarderingslijfrente

Dit bericht beschrijft een van de goedkeuringen uit het op 31 mei 2019 gepubliceerde lijfrentebesluit.

Op 31 mei 2019 is het verzamelbesluit lijfrenten in geactualiseerde vorm gepubliceerd in de Staatscourant. Het nieuwe lijfrentebesluit van 16 mei 2019, nr. 2019-115021, bevat een aantal nieuwe beleidsstandpunten en zit boordevol goedkeuringen. Een van de nieuwe goedkeuringen omvat het volgende.

 

De arresten van de Hoge Raad van 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1199 en ECLI:NL:HR:2018:1200, over toepassing van de saldomethode bij een onzuiver geworden lijfrente hebben ook gevolgen voor de belastingheffing over periodieke uitkeringen of over de afkoopsom van pré-Brede Herwaarderingslijfrenten na het overschrijden van de wettelijke termijn.

 

Een pré-Brede Herwaarderingslijfrente kende onder de Wet IB 1964 geen strijdige handelingen zoals opgenomen in het huidige artikel 3.133, lid 3 Wet IB 2001. In onderdeel O, lid 6, Invoeringswet Wet IB 2001 is bepaald dat dit artikellid ook geldt voor pré-Brede Herwaarderingslijfrenten. Dit houdt in dat als er sprake is van een overschrijding van de wettelijke termijn, er een (periodieke) uitkering in aanmerking moet worden genomen (zie ond. O, lid 1 en lid 4 Invoeringswet Wet IB 2001).

 

Als de belastingplichtige deze lijfrente daarna regulier tot uitkering laat komen of afkoopt, zijn de termijnen of is de afkoopsom opnieuw belast. Daarbij wordt aangesloten bij de belastingheffing zoals deze vóór 1992 plaatsvond. In de oude wetgeving is echter geen rekening gehouden met een eerdere belastingheffing bij een overschrijding van de wettelijke termijn. Dit kan leiden tot dubbele heffing over hetzelfde inkomensbestanddeel. Om dit tegen te gaan is in de geschetste situatie goedgekeurd dat het bedrag waarover door het overschrijden van de wettelijke termijn al belasting is geheven, voor de toepassing van de saldomethode (ook) als premie wordt aangemerkt.

 

De goedkeuring is opgenomen in paragraaf 5.6 van het besluit.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel