Herontwikkelen pand is meer dan normaal vermogensbeheer

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 juli 2019 (publicatie 4 november 2019) uitspraak gedaan of het herontwikkelen van een pand een activiteit is, die kwalificeert als een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001.

Belanghebbende is DGA. Zijn bv bezit de aandelen in een bv, die zich bezighoudt met ontwikkeling en herontwikkeling van vastgoed. Belanghebbende bezit zelf ook panden. Hij herontwikkelt een van deze panden.

 

In geschil is of deze herontwikkeling een werkzaamheid is in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001. Volgens belanghebbende is er geen sprake van arbeid en is er geen voordeel dat hij beoogde en redelijkerwijs kon verwachten.

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant acht het aannemelijk dat belanghebbende bij de herontwikkeling betrokken is geweest door middel van inzet van zijn kennis, ervaring en contacten/netwerk. De rechtbank is bovendien van oordeel dat de werkzaamheden van degene, die door belanghebbende gevolmachtigd was voor de verbouwing, aan belanghebbende dienen te worden toegerekend.

De rechtbank oordeelt verder dat de werkzaamheden gezien onder andere de bestemmingswijziging van het pand meer inhielden dan normaal vermogensbeheer.

De rechtbank stelt verder vast dat belanghebbende gezien onder andere de locatie van het pand en zijn ervaring, kennis en netwerk voordeel beoogde te behalen en ook redelijkerwijs voordeel kon verwachten.

Er is derhalve sprake van een werkzaamheid, waarvan het resultaat (€ 2.138.274) in het jaar van voltooiing belast is. Dat er geen voornemen is om het pand te verkopen maakt niet uit.