Het aanmelden van de ex-partner bij de pensioenuitvoerder is niet altijd noodzakelijk om in aanmerking te komen voor een bijzonder partnerpensioen.

image_pdf

Eiser, hierna te noemen de man, is op 1 augustus 2009 in dienst getreden van Achmea en per die datum nam hij ook deel aan de pensioenregeling van Achmea. Hij woonde op dat moment ongehuwd niet geregistreerd samen met mevrouw A. In de samenlevingsovereenkomst is ten aanzien van het pensioen afgesproken dat zij elkaar over en weer zullen aanwijzen als partnerpensioengerechtigden om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen. Uiteraard dienen zij daarvoor wel te voldoen aan alle eisen die het pensioenreglement daarvoor stelt.  Op 1 februari 2010 wordt de samenleving beëindigd. De man heeft zijn vrouw echter nooit aangemeld bij het pensioenfonds en stelt dat ook bewust niet te hebben gedaan.

De rechter heeft bij vonnis van 20 juni 2012 omtrent de financiële afwikkeling van hun samenlevingsovereenkomst o.a. geoordeeld, dat niet is vast komen te staan dat partijen afstand hebben gedaan van het opgebouwde partnerpensioen.

Het pensioenfonds heeft in juli 2012 aan mevrouw A aangegeven, dat zij met haar ex-partner het formulier Partnerpensioen dient in te vullen en op te sturen naar het fonds. In september 2012 bericht het fonds de man dat zij zonder zijn schriftelijke melding geen bijzonder partnerpensioen kunnen regelen voor mevrouw A.

In mei, juni en juli 2013 wordt de man bericht dat mevrouw A op grond van de Pensioenwet recht heeft op het (tot datum van einde van de samenlevingsovereenkomst) opgebouwde partnerpensioen en dat zij de samenleving in de administratie hebben verwerkt. Volgens het fonds is aanmelding door de man niet noodzakelijk voor de verkrijging van een partnerpensioen.

De man woont sinds februari 2013 ongehuwd niet geregistreerd samen met zijn nieuwe partner. Zij is omstreeks eind 2014 door het fonds als partnerpensioengerechtigde erkend.

De man en zijn nieuwe partner stellen in de onderhavige procedure dat het fonds had aangegeven dat zij zonder instemming van de man niet tot registratie van A als partner kon overgaan en door dat zonder zijn instemming toch te doen heeft het fonds onzorgvuldig gehandeld en is het fonds toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de contractuele verplichtingen jegens de man en diens nieuwe partner.

Kern van het geschil is de vraag of de man moet instemmen met het toekennen van een bijzonder partnerpensioen aan A.

De kantonrechter stelt voorop dat het pensioenreglement voorziet in een partnerpensioen voor ongehuwd samenwonenden en dat op grond van artikel 16 Pensioenwet (PW) voor deze partner ten aanzien van de vaststelling van het partnerpensioen dezelfde rechten en plichten gelden als voor een gehuwde of geregistreerde partner.

In het pensioenreglement staat volgens de kantonrechter niet dat (een van de) voorwaarde(n) voor het zijn van partner in de zin van het pensioenreglement is, dat deze partner (vooraf) moet worden aangemeld. Aanmelding is derhalve niet noodzakelijk. De bepalingen in het pensioenreglement zijn volgens de kantonrechter in samenhang met artikel 16 (en 57) PW op dit punt leidend.

Door het pensioenfonds wordt erkend dat de informatie aan vrouw A ongelukkig is verlopen. Volgens de kantonrechter lijkt uit de verstrekte informatie inderdaad te volgen dat de man zijn toestemming voor het bijzonder partnerpensioen diende te geven. Dit is echter volgens de kantonrechter onjuist gelet op het pensioenreglement en dit is ook aan de man door het fonds in de brief van mei 2013 en latere correspondentie uitgelegd. 

Nu mevrouw A aan de vereisten voor het partnerschap voldeed heeft zij recht op een bijzonder partnerpensioen. Dat de man haar niet heeft aangemeld heeft daarop geen invloed, omdat uit hoofde van het pensioenreglement het recht op een bijzonder partnerpensioen reeds volgt als aan alle daarin genoemde voorwaarden is voldaan. Aanmelding van de partner maakt daar geen onderdeel van uit. Het kan dan zo zijn, dat de partner pas na beëindiging van de relatie bij het fonds bekend wordt.

Mevrouw A heeft dan ook recht op een bijzonder partnerpensioen op de wijze zoals bepaald in het pensioenreglement. Uit het vonnis en uit de samenlevingsovereenkomst blijkt niet dat met betrekking tot de scheiding een andere verdeling van het partnerpensioen is afgesproken. Rechtbank Midden-Nederland, 12 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:1919

 

Maaike Theunis
Over Maaike

Maaike Theunis is in 2011 arbeids- en sociaalrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Tijdens haar studie heeft ze extra verdiepende cursussen gevolgd in het kader van het tweejarig topklasprogramma van de Universiteit van Tilburg. Uiteraard heeft ze Pensioenrecht als [...]

Bekijk profiel