Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Het Belastingplan 2021 en de IB-ondernemer en DGA

In het Pakket Belastingplan 2021 van 15 september 2020 is een aantal wijzigingen aangekondigd dat betrekking heeft op de IB-ondernemer en de DGA. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen worden hier besproken.

Er is een soortgelijk bericht over de voorgestelde wijzigingen voor de (vermogende) particulier. Een aantal van deze wijzigingen kunnen uiteraard ook van toepassing zijn voor de IB-ondernemer en de DGA.

Afbouw zelfstandigenaftrek

In het Belastingplan 2020 is al een afbouw van de zelfstandigenaftrek naar € 5.000 in 2028 geregeld. In het Belastingplan 2021 wordt voorgesteld om deze afbouw van de zelfstandigenaftrek te versnellen. Dit betekent, dat vanaf 1 januari 2021 de zelfstandigenaftrek van nu € 7.030 tot en met 2027 wordt verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met
€ 280), alsmede in de jaren daarna met € 110 tot uiteindelijk € 3.240 in 2036. Door de afbouw met € 360 bedraagt de zelfstandigenaftrek in 2021 € 6.670.

Berekeningswijze kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is bedoeld om investeringen van relatief geringe omvang te bevorderen. Daarbij is de hoogte van de investeringsaftrek afhankelijk van het jaarlijkse investeringsbedrag.

In het Belastingplan 2020 wordt voorgesteld om de berekeningswijze van de KIA te wijzigen voor belastingplichtigen met meerdere ondernemingen en belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband. Voor een deel betreft dit een verduidelijking van de wettekst en voor een deel een wijziging van het uit de arresten van de Hoge Raad van 24 mei 2019 en 1 mei 2020 voortvloeiende recht.

De volgende aanpassingen worden voorgesteld:

  • Volgens de Hoge Raad (arrest van 24 mei 2019) heeft een belastingplichtige, die participeert in een samenwerkingsverband, in de situatie dat de investeringen in een eigen onderneming samen met de investeringen van de andere leden van het samenwerkingsverband recht geven op het maximumbedrag aan KIA, recht op dit maximum. Voorgesteld wordt dat de belastingplichtige alleen recht heeft op een evenredig gedeelte van het maximumbedrag aan KIA voor zijn aandeel in het totaal van de investeringen in het samenwerkingsverband.
  • Volgens de Hoge Raad (arrest van 1 mei 2020) moet bij het bepalen van de KIA in de situatie van een ondernemer met meerdere ondernemingen worden uitgegaan van het totaal aan investeringen in alle ondernemingen. Voorgesteld wordt dat voor het bepalen van de hoogte van de KIA per onderneming alleen wordt uitgegaan van het investeringsbedrag per onderneming van de belastingplichtige en niet van het totaal aan investeringen voor alle ondernemingen van die belastingplichtige tezamen.

Vrijstelling voor de TOGS en de Subsidie vaste lasten (COVID-19)

Een van de (steun)maatregelen die de overheid heeft genomen in het kader van de coronacrisis is de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Op basis van deze regeling kon een gedupeerde onderneming onder voorwaarden aanspraak maken op een tegemoetkoming in de schade die is geleden door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van het coronavirus.

De TOGS is opgevolgd door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (Subsidie vaste lasten). Deze regeling biedt gedupeerde ondernemingen onder voorwaarden een tegemoetkoming voor hun vaste lasten voor een periode van vier maanden.

Op basis van de wettelijke fiscale bepalingen behoren de vergoeding die ondernemingen ontvangen op basis van de TOGS en de Subsidie vaste lasten in beginsel tot de winst. Vooruitlopend op wetgeving is in een beleidsbesluit echter al geregeld dat deze vergoedingen niet tot de winst behoren, zodat heffing van inkomsten- of vennootschapsbelasting hierover wordt voorkomen. De in het Belastingplan 2021 opgenomen maatregel voorziet in de wettelijke grondslag hiertoe.

Eventuele terugbetalingen van de genoemde tegemoetkoming en subsidie zijn hierdoor niet aftrekbaar. Deze bepaling treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020, aangezien de genoemde tegemoetkoming en de subsidie in het jaar 2020 zijn verstrekt.

Aanpassing tarief in de vennootschapsbelasting

Voorgesteld wordt om de eerste schijf in de vennootschapsbelasting te verlengen van €200.000 naar € 245.000 in 2021 en naar € 395.000 in 2022. Hiertegenover staat dat de voorgenomen verlaging van het tarief voor de tweede schijf voor 2021 van 25% naar 21,7% niet door gaat. Het tarief blijft voor 2021 derhalve 25%. De daling van het tarief voor de eerste schijf van 16,5% naar 15% gaat wel door. De verhoging van het aanmerkelijkbelangtarief van 26,25% (2020) naar 26,9% in 2021 gaat eveneens door.

In onderstaande tabel is weergegeven wat voor de DGA de ontwikkeling van de gecombineerde belastingdruk van vennootschapsbelasting en aanmerkelijkbelangheffing en het nettorendement in de jaren 2019 tot 2021 is.

 201920202021
Vpb-tarief 1e schijf19,00%16,50%15,00%
Vpb-tarief 2e schijf25,00%25,00%25,00%
 
Tarief box 2 (Ab)25,00%26,25%26,90%
 
Gecombineerd:
1e schijf Vpb
39,25%38,42%37,87%
Gecombineerd:
2e schijf Vpb
43,75%44,69%45,18%
 
Nettorendement
1e schijf Vpb
60,75%61,58%62,13%
Nettorendement
2e schijf Vpb
56,25%55,31%54,82%


Fiscale coronareserve

Een van de fiscale maatregelen die in het kader van de coronacrisis is genomen, betreft de fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting. De fiscale coronareserve heeft als doel om de liquiditeitspositie van belastingplichtigen vervroegd te verbeteren. De fiscale coronareserve is op dit moment nog in een beleidsbesluit geregeld.

Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting mogen het verlies dat in het jaar 2020 wordt geleden verrekenen met de winst die in het jaar 2019 is behaald (artikel 20 lid 2 Wet Vpb). Het gevolg van deze verliesverrekening is dat bedrijven een deel van de vennootschapsbelasting die zij over het jaar 2019 al betaald hebben of nog moeten betalen, op een later moment terugkrijgen. Deze verrekening kan echter pas plaatsvinden bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020. Dat zal niet eerder dan begin 2021 zijn. Bovendien is vereist dat een definitieve aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd over 2019, die meestal nog niet zal zijn opgelegd.

In artikel 12abis Wet Vpb wordt daarom geregeld dat een belastingplichtige het verwachte verlies, dat verband houdt met de coronacrisis, voor het jaar 2020 als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 mag brengen. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Daarnaast mag de fiscale coronareserve niet hoger zijn dan het te verwachten verlies in 2020 als gevolg van de coronacrisis.

Door de mogelijkheid van het vormen van een fiscale coronareserve kan een teruggave van de eerder over 2019 betaalde en te betalen vennootschapsbelasting door middel van een nadere voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 worden gevraagd. De fiscale coronareserve wordt in het jaar volgend op het jaar waarin deze reserve is gevormd, volledig in de winst opgenomen.

Voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt dat de achterwaartse verliesverrekeningstermijn langer is. Een eventueel verlies kan namelijk worden verrekend met de winst van de drie voorafgaande jaren. Zij hebben dus meer mogelijkheden om in een eerder stadium een verlies uit 2020 te kunnen verrekenen. Voor deze ondernemers komt geen aparte regeling.

Aanscherping renteaftrekbeperking

Voorgesteld wordt om de specifieke renteaftrekbeperking (artikel 10a Wet Vpb), die binnen concernverband grondslaguitholling door renteaftrek beoogt tegen te gaan, aan te passen. Op grond van deze aftrekbeperking worden bij het bepalen van de winst - onder voorwaarden - de renten op schulden aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon van aftrek uitgesloten.

De voorgestelde wetswijziging bewerkstelligt dat per kwalificerende schuld de specifieke renteaftrekbeperking per saldo niet langer kan leiden tot een lagere winst. Per schuld dient te worden bepaald of het bedrag aan negatieve rente of valutawinst het bedrag aan positieve rente, valutaverlies of kosten overschrijdt. Voor zover dat het geval is, wordt dit saldo niet langer op grond van deze aftrekbeperking buiten aanmerking gelaten bij het bepalen van de winst.

Aanpassing verliescompensatie in de vennootschapsbelasting

De staatssecretaris heeft al aangekondigd dat er een nota van wijziging op het Belastingplan 2021 komt. Deze nota van wijziging betreft onder andere het voorstel tot een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening (dat is nu 6 jaar voorwaarts) in de vennootschapsbelasting. Daarbij zijn de verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) echter slechts tot een bedrag van € 1.000.000 aan belastbare winst volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst zijn de verliezen slechts tot 50% van die hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar. Deze maatregel zal naar verwachting per 1 januari 2022 in werking treden.

Overdrachtsbelasting

Het voorstel is dat de verkrijging van bedrijfspanden bestemd voor eigen gebruik of panden/woningen bestemd voor de verhuur vanaf 2021 wordt belast tegen 8%.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships