Het beste moment om een overlegtraject te beginnen

image_pdf

Als de werkgever pensioen heeft toegezegd aan de werknemers wordt hiervoor een contract afgesloten met een uitvoerder. Er wordt een contracttermijn (meestal 5 jaar) afgesproken. Hierna moet er dus een nieuw contract komen. De voorwaarden veranderen, dus is instemming van de OR en de werknemers nodig.

Maar wat is een goed moment om te gaan overleggen over de nieuwe pensioenvoorwaarden?

Er zit behoorlijk spanning op de condities voor nieuwe pensioenregelingen. Dit komt omdat de kosten dan die in de huidige contractperiode fors hoger zijn. De rente is lager en we leven gemiddeld langer.
Instinctief reageren veel (pensioenadviseurs van) werkgevers: “50% meer betalen voor hetzelfde pensioen dat gaan we niet doen”.

De werkgever heeft per definitie een kennisvoorsprong op de ondernemingsraad onder andere omdat de pensioenadviseur van de werkgever al met oplossingen komt om de kostenstijging te beperken.

Het advies waarmee erg veel pensioenadviseurs komen: “budget neutraal en naar beschikbare premie of eventueel naar een lagere pensioenopbouw”. Maar ja, als hetzelfde 50% meer kost en je wilt niet meer uitgeven, dan krijgt de werknemer uiteindelijk dus minder.

Het traject om te komen tot een nieuwe pensioenregeling kost vaak een jaar.

Als de werkgever en de werknemersvertegenwoordiging niet vanaf de start van het traject samenwerken ontstaat er vaak een situatie die alleen maar verliezers kent.

Immers zowel de werkgever als de werknemersvertegenwoordiging gaan een eigen visie ontwikkelen. Los van elkaar. Welk pensioen past bij ons en wat gaat dit kosten. En wat zijn de gevolgen als we stoppen met het huidige pensioen en wat zijn de gevolgen voor de pensioenpot die achterblijft bij de pensioenuitvoerder (hoe zit het bijvoorbeeld met de toegezegde indexaties? Ook al zijn deze voorwaardelijk).

Als niet samen wordt opgetrokken kan een situatie ontstaan waarin de werkgever budgetneutraal wil en de werknemersvertegenwoordiging luistert naar de werknemers. (In de regel: “wij willen helemaal geen ander pensioen, wij willen pensioenzekerheid, wij gaan geen tientallen procenten uitgesteld inkomen inleveren (=pensioen) als dit niet echt heel noodzakelijk is want wij hebben immers een arbeidsvoorwaarde met de werkgever afgesproken en afspraken kun je niet zomaar eenzijdig veranderen”).

Als partijen hun eigen visie helemaal uitgedacht hebben en alleen hun eigen standpunten verdedigen zonder zich te verdiepen in de argumenten van de ander ontstaat er geen dialoog.
Het is immers vaak moeilijk om de eigen helemaal uitgewerkte visie nog bij te stellen (die je uiteraard wel bij aanvang moet bedenken).

Ook is er soms geen weg terug omdat een van de partijen hun oplossing heeft “verkocht” aan de achterban. Hier vanaf stappen kan vaak niet wegens gezichtsverlies of een meegekregen opdracht. (Wat wij nogal eens constateren bij een bestuurder op afstand. Bijvoorbeeld een moederbedrijf. Dit gaat zeker op als deze in een ander land zit. Er is dan vaak al helemaal geen gevoel bij hoe wij in Nederland pensioenen doen en de pensioenontwikkelingen in Nederland).

Gebruik maken van het Wettelijk recht door het instemmingsvoorstel af te wijzen is een erg zwaar middel. Hierdoor kunnen in de werknemersvertegenwoordiging twee kampen ontstaan en het (toekomstige) overleg met de bestuurder aanzienlijk lastiger worden.

Dan kom je al snel op vragen als “kan de werkgever de verplichtingen echt niet nakomen? Gaat deze anders omvallen?” en het niet serieus genomen voelen als werknemersvertegenwoordiging. Het uiteindelijke resultaat kent dan alleen nog verliezers.

Tip 1: vraag einddatum pensioencontract met pensioenuitvoerder op.

Tip 2: bepaal een eigen pensioenvisie als ondernemingsraad. Dit biedt houvast welke kant wil de OR eigenlijk op en deel deze visie met de bestuurder.

Tip 3. Met ingang van 1 januari 2018 wordt het fiscale pensioenkader fors versoberd.

Tip 4. Als de OR weet dat er een nieuwe pensioenregeling moet gaan komen wacht dan niet af totdat de werkgever met een uitgewerkt instemmingsverzoek bij de OR komt, maar probeer zo snel mogelijk gezamenlijk tot een goed alternatief voor de huidige pensioenregeling te komen. Een half jaar overleg is bij een pensioenverandering al erg krap.

Gerard van der Toolen
Over Gerard

Gerard van der Toolen verzorgt, namens Stichting Pensioenopleidingen en Advisering voor Ondernemingsraden, opleidingen en ondersteuning van ondernemingsraden bij veranderingen van het verzekerde inkomen. Gerard heeft in meer dan 30 consultancyjaren meer dan 1.000 pensioenregelingen helpen [...]

Bekijk profiel