Het partnerpensioen uitgelegd

image_pdf

Het partnerpensioen is een uitkering voor de partner van een werknemer en gaat uitkeren direct na het overlijden van de werknemer. Bij de berekening van het partnerpensioen wordt uitgegaan van het feit dat het een aanvulling is op de uitkering van de overheid, de ANW. Of je nu wel of geen ANW-uitkering krijgt (niet iedereen heeft recht op een ANW uitkering van de overheid) wordt bij het partnerpensioen geen rekening mee gehouden.

Het partnerpensioen is meestal 70% van het ouderdomspensioen.

Partner

Onder partner wordt voor de wet verstaan de echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel van degenen met wie de werknemers duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat. Onder echtgenoten wordt verstaan degene met wie de werknemer is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Onder gewezen partner wordt verstaan degene van wie de werknemer is gescheiden. Aan samenwonenden worden in de wet weinig eisen gesteld. Er moet sprake zijn van een duurzaam gezamenlijke huishouding. Daarvan is sprake als beide personen zijn ingeschreven op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie. Het is niet toegestaan om ouders of kinderen aan te merken als partner.

Voor en na pensioendatum

In veel pensioenregelingen wordt onderscheid gemaakt in het partnerpensioen indien de werknemer komt te overlijden voor of na de pensioendatum. Een partnerpensioen bij overlijden na de pensioendatum heeft een zogenaamd opbouwkarakter (een spaarelement). Een partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum kan ook een opbouwkarakter hebben, maar kan ook een echte risicoverzekering zijn. Een risicoverzekering vervalt indien er geen premie meer wordt betaald. Dus bij uitdiensttreding zal een partnerpensioen op basis van een risicoverzekering komen te vervallen. Let dus goed op, als er een partnerpensioen is toegezegd, is dat voor of na de pensioendatum en is dat opbouw of risico?

Ingang en einde

In de wet (artikel 18b Wet op de loonbelasting) wordt overigens een uitzondering gemaakt op het direct ingaan van het partnerpensioen. Het is ook mogelijk om het partnerpensioen te laten ingaan na de beëindiging van een eventuele ANW-uitkering.

Een partnerpensioen gaat in onmiddellijk na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer dan wel onmiddellijk na beëindiging van een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

Het partnerpensioen is meestal een levenslange uitkering. Maar in de wet is nergens een bepaling opgenomen over de duur van de uitkering. De uitkering zou daarom ook tijdelijk kunnen zijn.

Omdat de ingangsdatum, direct ingaand of uitgesteld, en de duur, levenslang of tijdelijk, flexibel zijn, kan dit overkomen als een flexibiliseringselement van het partnerpensioen. Dan beslist op het moment van overlijden de partner of de uitkering direct ingaat of niet en of de duur levenslang of tijdelijk is. Dit is alleen niet juist.

Door een levenslang pensioen te veranderen in een tijdelijk pensioen zal de hoogte van de uitkering toenemen. Hierdoor bestaat de kans dat de uitkering hoger wordt dan fiscaal is toegestaan, waardoor de omkeerregel zal vervallen. Het is dan uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de partner na overlijden hierin een keuze krijgt. Bij het opstellen van de pensioentoezegging dient te worden bepaald of de uitkering levenslang of tijdelijk is en direct ingaand of uitgesteld.

Jan van Harten
Over Jan

Jan van Harten is Master of Arts in Pensions and Life Assurance en is sinds 1995 werkzaam als pensioenspecialist. Zijn specialisatie bestaat met name uit het adviseren, ondersteunen en begeleiden van werkgevers en ondernemingsraden op fiscaal, civiel-juridisch en verzekeringstechnisch [...]

Bekijk profiel