Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Het urencriterium nader bezien

Een zelfstandige kan een beroep doen op de Covid-19-maatregel ‘de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) als hij onder andere voldoet aan het ‘urencriterium’ uit de Wet IB 2001.

In dit artikel wordt het begrip ‘urencriterium’ en de hierbij behorende bewijslast behandeld. In dit kader zal ook worden ingegaan op een drietal uitspraken uit april 2020. Tevens zal worden ingegaan op de versoepeling van de bewijslast in verband met de coronacrisis.

Het begrip urencriterium

Om in aanmerking te komen voor een aantal ondernemersaftrekken geldt het zogenoemde urencriterium uit artikel 3.6 Wet IB 2001. Dit criterium houdt in dat de ondernemer van de voor de werkzaamheden beschikbare tijd meer dan de helft van die tijd en ten minste 1.225 uren per kalenderjaar aan die werkzaamheden moet besteden.

Voor de vraag of het urencriterium is gehaald wordt het begrip ‘meer dan de helft van de beschikbare tijd’ vaak overgeslagen. Dit lijkt wel logisch, omdat je met 1.225 uur echt wel over de helft van de beschikbare tijd komt. Toch is dit begrip in 1998 in de wettekst opgenomen, om belastingplichtigen voor wie winst uit onderneming slechts een nevenactiviteit is, uit te sluiten van de regelingen waarvan het urencriterium onderdeel uitmaakt.

Welke uren tellen mee?

Om te bepalen of wordt voldaan aan het urencriterium (van 1.225 uur) tellen alle uren die aan de onderneming worden besteed mee. In de wettekst wordt het begrip ‘besteed’ niet verder ingevuld.

Uit de jurisprudentie blijkt dat het gaat om de uren die gericht zij op de zakelijke belangen (Hoge Raad 14 maart 2003, zie externe links). In beginsel bepaalt de ondernemer zelf welke uren op zakelijke belangen zijn gericht. De Belastingdienst toetst dit marginaal.

Uit verschillende uitspraken blijkt verder dat de uren van de volgende activiteiten ook meetellen:

  • Het op peil houden van de kennis en vakbekwaamheid
  • Het doen van de administratie
  • Reisuren
  • Nadenken over (nieuwe) strategieën
  • Coaching en begeleiding op (digitale) afstand
  • Onderzoek naar en bouwen van webapplicaties en websites

Het maakt niet uit of de uren overdag, ’s avonds of in het weekend worden gemaakt.

Uren die zijn besteed voor het ontwikkelen van een nieuwe vaardigheid zijn studiekosten en tellen niet mee. Dat zijn scholingsuitgaven (artikel 6.27 en verder Wet IB 2001). Die zijn eventueel daar aftrekbaar. Het onderscheid tussen het op peil houden van kennis en het ontwikkelen van een nieuwe vaardigheid is echter erg dun.

Uren ‘zich beschikbaar houden’ tellen ook niet mee. Dat betekent, dat een ondernemer, die 24 uur per (telefonisch) bereikbaar is, geen 24 uren voor het urencriterium kan bijtellen. Dat aantal zal lager liggen en zal meer moeten aansluiten bij het werkelijke klantcontact.

Geen tijdsgelange toepassing

Indien een ondernemer gedurende het jaar start of gedurende het jaar zijn bedrijf sluit moet het aantal van 1.225 uur in de bestaansperiode van de onderneming zijn gemaakt. Een ondernemer wiens onderneming op 1 oktober eindigt, moet de 1.225 uur in 9 maanden halen. De uren die nodig zijn om de onderneming te verkopen tellen wel mee.

Bewijslast

Uit de parlementaire behandeling blijkt dat de belastingplichtige aannemelijk moeten maken dat sprake is van werkzaamheden die meetellen voor het urencriterium (zie externe links). Aannemelijk maken is een lichtere vorm van bewijzen dan aantonen. Bij aantonen gaat het om hard bewijs. Bij aannemelijk maken kan worden volstaan met een zwakkere vorm van bewijzen. Denk aan het overleggen van agenda’s of het geven van verklaringen. Uit de volgende drie uitspraken (zie externe links) blijkt dat er wel een inzichtelijke administratie nodig is. 

Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2020

Belanghebbende heeft een assurantiekantoor (IB-onderneming) en een administratiekantoor (in een bv, waarbij hij in loondienst is). Hij stelt dat de winkel, waarin zowel het assurantiekantoor als het administratiekantoor wordt gedreven, van maandag tot en met vrijdag is geopend van 8.00 uur tot 17.00 uur en dat hij ook ’s avonds en in het weekend afspraken heeft met cliënten. Zijn schatting is dat zijn 1.500 cliënten hem 5 minuten per maand, dus 1.500 uren per jaar kosten. Er is geen urenregistratie. Het hof stelt vast dat er zonder goede registratie niet kan worden vastgesteld of de 1.225 uur voor het assurantiekantoor of voor het administratiekantoor zijn gemaakt. Belanghebbende heeft volgens het hof geen recht op de ondernemersaftrekken die zijn gerelateerd aan het urencriterium.

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland van 15 april 2020

Belanghebbende heeft een agenda overgelegd. Daaruit blijkt dat hij in totaal 2.240 uren aan ondernemingsactiviteiten heeft besteed. Hij heeft verklaard dat hij veel uren heeft besteed aan het opstellen van het business plan, acquisitie, het volgen van (online) cursussen, sollicitaties, product- en dienstontwikkeling en reizen.

De overgelegde urenoverzichten met getotaliseerde stelposten zijn te globaal en onvoldoende gespecificeerd van aard. Het is aan belanghebbende om helderheid te verschaffen over de feiten. Die helderheid wordt niet bereikt met de urenopstellingen en de uitdraaien van de agenda, ook niet met de door hem gegeven mondelinge toelichting. Belanghebbende heeft volgens de rechtbank geen recht op de ondernemersaftrekken die zijn gerelateerd aan het urencriterium.

Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 april 2020

Ter onderbouwing van de stelling dat in 2012 is voldaan aan het urencriterium verwijst belanghebbende naar de door hem overgelegde agenda. Die agenda is naar het oordeel van de rechtbank daarvoor onvoldoende bewijs. Er staan uitsluitend hele uren vermeld (ook in de avonduren, de vrije dag van belanghebbende en in de weekenduren). Verder ontbreekt bij de urenregistratie een specificatie van de werkzaamheden die zijn verricht Er is niet aannemelijk gemaakt dat de door hem gemarkeerde uren daadwerkelijk zijn besteed aan werkzaamheden in het kader van de onderneming. Belanghebbende heeft volgens de rechtbank geen recht op de ondernemersaftrekken die zijn gerelateerd aan het urencriterium.

Conclusie

Belanghebbende moet steeds aannemelijk maken dat hij voldoende uren heeft gewerkt. Alleen het overleggen van agenda’s zonder verdere toelichting over de werkzaamheden in de gewerkte uren is onvoldoende. Belanghebbenden hadden meer inzicht moeten geven in de werkzaamheden zelf en de tijd die daarvoor nodig was. Er moet meer zijn dan een agenda of een globale schatting waarvan lijkt alsof deze achteraf is gemaakt.

Versoepeling bewijslast urencriterium in verband met de coronacrisis

In het Besluit Fiscale tegemoetkomingen naar aanleiding van de coronacrisis van 16 juni 2020 heeft de staatssecretaris in verband met de coronacrisis het urencriterium voor 2020 versoepeld. De Belastingdienst neemt voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 aan dat er ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) is besteed.

Seizoensgebonden werk

Ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 30 september een piek hebben in het aantal uren dat zij besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019. Die ondernemer kan in dat geval met behulp van de administratie van vorig jaar bepalen hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019.

Startende ondernemers die arbeidsongeschikt zijn

Voor startende ondernemers, die arbeidsongeschikt zijn, geldt een gelijksoortige regeling. In artikel 3.78a Wet IB 2001 is bepaald dat er minimaal 800 uur moet zijn besteed aan de werkzaamheden. Om dit aantal aan te tonen kan deze ondernemer voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 ervan uitgaan dat er ten minste 16 uren per week aan de onderneming(en) is besteed. De hiervoor genoemde goedkeuring voor ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten is van overeenkomstige toepassing.

Het urencriterium en de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Een van de Covid-19-maatregelen is de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo). Voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geldt de Tozo1. Voor de periode 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 geldt Tozo2. Er zijn verschillen tussen beide regelingen, maar een overeenkomst is dat de zelfstandige, die een beroep doet de regeling, over 2019 moet hebben voldaan aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar ofwel circa 24 uur per week. Zelfstandigen die minder dan een jaar geleden zijn gestart, moeten aannemelijk maken dat zij minimaal 23,5 uur per week werken.

De Tozo (1 en 2) verwijst naar het aantal gewerkte uren in 2019. Voor de Tozo-aanvraag kan dus geen gebruik worden gemaakt van de versoepeling die de staatssecretaris voor 2020 heeft aangebracht.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships