Hoeveel fouten mag een Pensioenfonds maken?

In de situatie van een ideale wereld zou een Pensioenfonds foutloos communiceren naar haar (gewezen) deelnemers toe. Helaas geldt ook voor een pensioenfonds het gezegde waar “mensen werken, worden fouten gemaakt”. Verbazingwekkend en noemenswaardig is dat het foutief communiceren door een pensioenfonds naar haar deelnemers toe niet altijd tot aansprakelijkheid van het pensioenfonds leidt. “Waarom, en wat kan hier de reden van zijn?” In uitspraken van gerechtelijke instanties valt een oordelenlijn te ontdekken die is gebaseerd op het uitgangspunt dat het pensioenreglement bepalend is voor de hoogte van de pensioenaanspraken en- rechten van de deelnemer. Maar, hoe oordeelt een gerechtelijke instantie overeenkomstig voornoemd uitgangspunt indien het Pensioenfonds volhardt in de fout en de deelnemer op basis van onjuiste pensioeninformatie een onomkeerbaar besluit neemt?

image_pdf

 

Wat was er aan de hand? De casuspositie zet zich als volgt uiteen; werknemer, tevens deelnemer aan het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel (verder te noemen Bpf Hout) is in 2011 arbeidsongeschikt geraakt. Eind 2011 is in verband hiermee tussen werkgever en werknemer – op basis van pensioenberekeningen van het Bpf Hout- voor de werknemer – de mogelijkheid verkend om met vroegpensioen te gaan. Bij voornoemde verkenning wordt werknemer bijgestaan door een pensioenadviseur die door de werkgever is ingeschakeld.

 

Bpf Hout heeft op 25 oktober 2011 en 23 februari 2012 voorlopige berekeningen gemaakt van de pensioenuitkering die werknemer zou ontvangen als hij met vervroegd met pensioen zou gaan. In de berekeningen is een voorbehoud opgenomen inhoudende ‘wij maken u er nog op attent dat aan deze brief geen rechten kunnen worden ontleend’.

De deskundige die werknemer bijstaat kan de berekeningen van 25 oktober 2011 en 23 februari 2012 niet met elkaar in één lijn brengen. Om voornoemde onduidelijkheid te elimineren neemt de deskundige contact op met het Pensioenfonds. Het Pensioenfonds geeft aan dat er een rekenfout is gemaakt bij de berekening van 23 februari 2012 en corrigeert voornoemde fout.

 

De deskundige kan voornoemde becijfering weer niet plaatsen en neemt vervolgens weer contact met Bpf Hout. De deskundige trekt deze conclusie middels de vaststelling dat de jaarlijkse aanspraak vanaf de 65-jarige leeftijd (12 x € 3.259,17) geen € 23.347,01 maar € 39.108,- bedraagt. De pensioenadviseur neemt de stelling in dat het Pensioenfonds de voornoemde aanspraak van werknemer te laag heeft vastgesteld. Het Pensioenfonds neemt vervolgens het standpunt in dat de jaarlijkse aanspraak op ouderdomspensioen hoger is dan € 23.347,01.

 

Werknemer heeft op basis van voornoemde informatie van Bpf Hout  gehandeld en uiteindelijk besloten met vroegpensioen te gaan. Een aantal maanden later bericht Bpf Hout aan de (voormalig) werknemer dat bij de toekenning van het vroegpensioen aan de werknemer fouten zijn gemaakt. De in de voorlopige berekeningen genoemde bedragen zijn niet correct, c.q. de bedragen zijn te hoog. De uitkering aan vroegpensioen wordt vervolgens door het Pensioenfonds voor de toekomst verlaagd.

 

Werknemer vordert een verklaring voor recht dat het Pensioenfonds aansprakelijk is voor de door hem geleden schade en veroordeling van het Pensioenfonds tot vergoeding van die schade zoals gespecificeerd in de dagvaarding, subsidiair, voor zover het pensioenfonds niet gehouden zou zijn de volledige schade te voldoen, de werkgever te veroordelen tot betaling van de in de dagvaarding genoemde bedragen.

 

Het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden neemt als uitgangspunt dat het pensioenreglement bepalend is voor de omvang van de pensioenaanspraken van de deelnemer. Dat betekent dat het pensioenreglement en niet door het Pensioenfonds verstrekte voorlopige berekeningen de basis vormen voor de bepaling van de hoogte van de pensioenaanspraken van de werknemer. Voornoemd uitgangspunt wordt mede ingegeven door het voorbehoud dat door het Pensioenfonds bij de voorlopige berekeningen heeft gemaakt.

 

Dit leidt tot de constatering dat de fouten in de voorlopige pensioenberekeningen door het Pensioenfonds hersteld mochten worden. De primaire vordering van de werknemer wordt daarom niet toegewezen. Dit geldt temeer, nu werknemer na ontdekking van de fout en de correctie daarvan, zich door ondertekening van de brief akkoord heeft verklaard.

Echter, los van de hoogte van de op het pensioenreglement gebaseerde aanspraken en de correctie van deze fouten door Bpf Hout, bestaat de mogelijkheid dat Bpf Hout op grond van de onjuiste informatieverstrekking aansprakelijk is voor de schade die de werknemer hierdoor lijdt en dat Bpf Hout deze moet vergoeden.

 

De pensioenadviseur heeft inzake de voorlopige pensioenberekeningen twee keer bij Bpf Hout aangeklopt om een toelichting te kunnen krijgen over de becijfering in voornoemde pensioenberekeningen. In eerste instantie bericht Bpf Hout dat er een rekenfout is gemaakt, hierop anticipeert Bpf Hout door voornoemde fout te corrigeren. Als de pensioenadviseur vervolgens inzake de gecorrigeerde berekening weer bij Bpf Hout te rade gaat en Bpf Hout bevestigt dan zonder voorbehoud dat de berekende aanspraak juist is en onderbouwt dat antwoord ook inhoudelijk, dan mag de deelnemer op deze ondubbelzinnige mededeling vertrouwen, aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

 

Er valt immers niet in te zien wat van een deelnemer meer verwacht mag worden dan, indien er gerede twijfels over de juistheid van de toegestuurde berekeningen bestaan, deze twijfels kenbaar te maken aan het Pensioenfonds en te vragen of die berekeningen wel correct zijn. Als het Pensioenfonds dan volhardt in de fout en dan ook nog onderbouwt met een motivering waarom de opgave ondanks de gerezen twijfels toch correct is dan mag de deelnemer daarop afgaan.

 

Het Pensioenfonds heeft door het (herhaald) verstrekken van onjuiste informatie en het volharden daarin onrechtmatig jegens werknemer gehandeld en dient de daardoor door hem geleden schade te vergoeden.

 

Conclusie
Mocht een Pensioenfonds fouten maken in het verstrekken van pensioeninformatie dan leidt dat niet tot aansprakelijkheid en heeft het Pensioenfonds de mogelijkheid om voornoemde fout te herstellen. Het pensioenreglement vormt immers de basis voor de omvang van de pensioenaanspraken-en rechten van de deelnemer.

Voornoemd uitgangspunt wordt niet gehandhaafd indien het Pensioenfonds fouten maakt in de informatieverstrekking en in voornoemde fout blijft volharden en aangeeft dat ondanks de gerezen twijfel toch de omvang van de pensioenaanspraken correct is.    

                                  

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2018:7348

 

Bettina Oostendorp
Over Bettina

Bettina is vanaf 1 mei 2018 in de functie van juriste werkzaam bij Gommer & Partners. Zij is in 2018 afgestudeerd aan Rijksuniversiteit Groningen in de afstudeerrichtingen Staats- en bestuursrecht en Ondernemingsrecht. Haar belangstelling gaat vooral uit naar het arbeidsrecht, en [...]

Bekijk profiel