Hof Amsterdam: Winkeldeel woon-werkpand is ter beschikking gesteld

Hof Amsterdam heeft op 16 april 2019 uitspraak gedaan of een door de echtgenote in haar onderneming gebruikt winkelgedeelte van een gezamenlijk woon-winkelpand box 1-vermogen of box 3-vermogen is.

Belanghebbende is gehuwd buiten gemeenschap van goederen. Belanghebbende en zijn echtgenote bezitten gezamenlijk, ieder voor de onverdeelde helft, een woon-winkelpand. Zij verhuren de woning op de eerste verdieping. De woning heeft een van de winkelruimte op de begane grond gescheiden opgang. De winkelruimte wordt door de echtgenote van belanghebbende gebruikt in het kader van haar onderneming.

 

De inspecteur stelt dat het winkelgedeelte voor belanghebbende box 1-vermogen (werkzaamheidsvermogen) is. Belanghebbende is echter van mening dat het winkelgedeelte box 3-vermogen is. Volgens hem rechtvaardigt het civielrechtelijke onderscheid tussen een eenvoudige goederengemeenschap en een beperkte of algehele huwelijksgoederengemeenschap niet een verschil in fiscale behandeling.

 

Hof Amsterdam vindt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende het aan hem toekomende deel van de winkelruimte aan zijn echtgenote ter beschikking heeft gesteld in de zin van artikel 3.91 Wet IB 2001. Dit deel vormt voor belanghebbende derhalve werkzaamheidsvermogen. De toepassing van artikel 3.91 Wet IB 2001 is volgens het hof onder meer bedoeld voor een situatie, zoals in casu, waarin een (gedeelte van een) pand dat in mede-eigendom is van twee echtgenoten, dat niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort en dat in de onderneming van de echtgenote in gebruik is.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel