Hof Amsterdam: Winst uit aanmerkelijk belang fictief belast na constatering nieuw feit

Een echtpaar is in algehele gemeenschap van goederen getrouwd. In 2010 overlijdt de vrouw. De man dient als erfgenaam in 2011 een reguliere ib-aangifte (geen F-biljet) over 2010 in. In de aangifte geeft hij aan dat er sprake is van aanmerkelijkbelangaandelen. Er volgt in 2011 een nihil-aanslag.

In 2015 vraagt de inspecteur waarom er geen winst uit aanmerkelijk belang is aangegeven vanwege een fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen door het overlijden van de vrouw. De inspecteur legt uiteindelijk een navorderingsaanslag op, omdat er volgens hem sprake is van een nieuw feit.

 

Hof Amsterdam overweegt dat de vermelding van het aanmerkelijk belang in de aangifte van de vrouw verband houdt met de omstandigheid dat inkomen uit aanmerkelijk belang een niet-verzelfstandigd inkomensbestanddeel is dat tussen echtgenoten kan worden verdeeld. Omdat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet bekend was met de omstandigheid dat tussen de vrouw en haar man een huwelijksgemeenschap bestond, kon de vermelding van het aanmerkelijk belang in de aangifte betekenen dat of de vrouw of de man een aanmerkelijk belang had.

Het hof overweegt voorts dat de inspecteur geen verzuim heeft begaan doordat hij geen kennis heeft genomen van de aangifte erfbelasting. De navorderingsaanslag is derhalve terecht opgelegd.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel