Hof Arnhem-Leeuwarden: Ab-houder mag verlies op lening aan bv aftrekken

Belanghebbende heeft een bedrag van € 50.000 aan B BV geleend. De bv van belanghebbende bezit 80,2% van de aandelen B BV.

 

B BV is failliet verklaard. In geschil is of belanghebbende het verlies op de lening mag aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.92 Wet IB 2001.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden acht de inspecteur niet geslaagd in de op hem rustende bewijslast. Belanghebbende heeft namelijk gesteld dat een gedegen ondernemingsplan is opgesteld. Alhoewel dit plan niet door belanghebbende is overgelegd, acht het hof het bestaan hiervan aannemelijk. Het hof acht namelijk aannemelijk dat de bank en de andere geldverstrekkers zich op dit ondernemingsplan hebben gebaseerd. Verder weegt het hof mee dat belanghebbende een jarenlange relevante verkoopervaring in de betreffende branche heeft. 

Tenslotte overweegt het hof dat door onafhankelijke derden tegen een vaste rente leningen aan B BV zijn verstrekt onder voorwaarden die naar het oordeel van het hof zelfs slechter zijn dan de aan de lening van belanghebbende verbonden voorwaarden. Hierdoor kan niet worden gezegd dat belanghebbende een debiteurenrisico heeft genomen dat door een onafhankelijke derde (niet zijnde aandeelhouder) niet zou zijn aanvaard. Gelet hierop is van een onzakelijke lening geen sprake. Het verlies is aftrekbaar.