Hof Den Bosch: Geen liquidatieverlies in de zin van artikel 13d Wet Vpb

Hof Den Bosch heeft op 22 maart 2019 (publicatie 25 september 2019) uitspraak gedaan of er door ontbinding van een bv sprake is van een liquidatieverlies in de zin van artikel 13d Wet Vpb.

Belanghebbende is een bv die In het kader van een vaststellingsovereenkomst tussen diverse partijen de aandelen E BV verkrijgt. Belanghebbende betaalt hiervoor

€ 500.001. E BV wordt vervolgens ontbonden en belanghebbende ontvangt een liquidatie-uitkering van € 27.448.

 

In geschil is het liquidatieverlies. Belanghebbende gaat uit van een liquidatieverlies van € 472.553. De inspecteur stelt dat er geen liquidatieverlies is. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende namelijk een bedrag van € 500.000 betaald om diverse juridische procedures te beëindigen.

 

Hof Den Bosch stelt dat de intrinsieke waarde op het moment van aankoop € 9.701 bedroeg. Het hof acht het onaannemelijk dat belanghebbende vanwege strategische belangen meer heeft betaald dan deze intrinsiek waarde. Het hof acht daarentegen wel aannemelijk dat het door belanghebbende betaalde bedrag deels ziet op de afkoop van juridische procedures. Volgens het hof is dat gedeelte van het betaalde bedrag geen dan wel slechts voor een klein deel een informele kapitaalstorting in E BV.

Het hof oordeelt vervolgens dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat het door belanghebbende voor de aandelen in E BV opgeofferde bedrag lager is dan de uitkering die belanghebbende verkregen heeft bij liquidatie van deze bv. Er is dus geen sprake is van een liquidatieverlies.