Hof Den Haag: Duikactiviteiten kwalificeren niet als bron van inkomen

Hof Den Haag heeft op 10 juli 2019 uitspraak gedaan of de duikactiviteiten van belanghebbende kwalificeren als een bron van inkomen.

Belanghebbende is duikinstructeur. Sinds 2005 doet hij verschillende duikactiviteiten.

In 2011 sluiten belanghebbende en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst. Daarbij is voor de jaren tot en met 2014 overeengekomen dat de inspecteur onder voorbehoud de duikactiviteiten aanmerkt als een bron van inkomen. Het voorbehoud bestaat hierin dat uit de aangifte inkomstenbelasting 2015 blijkt dat het saldo van de fiscale winst positief is. Tevens moet er op dat moment een stijgende lijn waarneembaar zijn.

Belanghebbende heeft met de duikactiviteiten echter alleen maar jaarlijks verlies gemaakt. Bovendien nemen de verliezen jaarlijks niet af. De inspecteur heeft daarom voor de jaren 2009 tot en met 2014 navorderingsaanslagen opgelegd. Bovendien wijkt hij af van de aangifte inkomstenbelasting 2015.

Hof Den Haag oordeelt dat sprake is van een rechtsgeldige vaststellingsovereenkomst. Het hof oordeelt voorts dat de door de inspecteur voorgestane uitleg van de vaststellingsovereenkomst de juiste is. Aangezien de resultaten geen stijgende lijn laten zien en uit de aangifte inkomstenbelasting 2015 geen positief resultaat blijkt, heeft de inspecteur terecht navorderingsaanslagen opgelegd.

Tot slot oordeelt het hof dat de duikactiviteiten in 2015 geen bron van inkomen vormen omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat redelijkerwijs kon worden verwacht dat hij met zijn duikactiviteiten positieve resultaten zou behalen.