Hof Den Haag: Fictie artikel 10 SW geldt omdat moeder na overdracht woning hierin is blijven wonen

In 2015 is de moeder van belanghebbende overleden. Belanghebbende is de enig erfgename.

De moeder en belanghebbende bewonen gezamenlijk een woning. Tot 17 december 2014 was deze woning eigendom van de moeder. Op die dag heeft zij de woning verkocht en geleverd aan belanghebbende. Belanghebbende is de koopsom schuldig gebleven, die vervolgens is kwijtgescholden.

 

In geschil is of belanghebbende bij het overlijden van haar moeder de WOZ-waarde van de woning fictief (artikel 10 SW) heeft verkregen. Volgens de rechtbank is dat niet het geval.

 

Hof Den Haag overweegt dat de moeder, nadat zij de woning heeft verkocht aan belanghebbende, in de woning is blijven wonen. Daarmee heeft zij het genot van een goed in de zin van artikel 10 lid 3 SW. De moeder heeft voor dat (woon)genot niet de in lid 3 vermelde vergoeding van 6% van de WOZ-waarde aan belanghebbende betaald. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de fictie van lid 3, waardoor de moeder geacht wordt een vruchtgebruik te hebben gehad.

De woning is derhalve terecht bij belanghebbende als fictieve verkrijging conform artikel 10 SW in aanmerking genomen. Hierop kan het aankoopbedrag niet in mindering worden gebracht, omdat dit bedrag als lening is kwijtgescholden.

Jos Brauwers
Over Jos

Jos Brauwers (1961) is als bedrijfs- en fiscaal econoom al ruim 30 jaar actief op het gebied van vermogensplanning, vermogensstructurering en fiscale structurering van de ondernemer. Hierin staat voor hem centraal welke (toekomst)doelen heeft een ondernemer en (hoe) kan de ondernemer deze [...]

Bekijk profiel