Hoge Raad: Vermogensrendementsheffing is op stelselniveau in strijd met artikel 1 EP EVRM, maar geen vernietiging hofuitspraak

De Hoge Raad heeft op 14 juni 2019 uitspraak gedaan in meerdere zaken of de vermogensrendementsheffing op stelselniveau in strijd is met artikel 1 EP EVRM.

In een van deze zaken heeft belanghebbende in 2014 € 1.911 rente ontvangen en heeft hij een box 3-inkomen van € 2.987. Belanghebbende is van mening dat de vermogensrendementsheffing op spaarsaldi op stelselniveau in strijd is met artikel 1 EP EVRM.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld.

De Hoge Raad oordeelt dat voor de jaren 2013 en 2014 op stelselniveau het door de wetgever voor een lange reeks van jaren veronderstelde (nominale) rendement van 4% onhaalbaar was voor belastingplichtigen zonder het lopen van (veel) risico. Dit rendement was op Nederlandse staatsobligaties niet meer haalbaar vanaf 2009, op spaarrekeningen vanaf 2001 en vanaf 2010 op (termijn)deposito’s. De vermogensrendementsheffing is dan ook op stelselniveau in strijd met artikel 1 EP EVRM.

Omdat volgens de Hoge Raad een dergelijke schending op stelselniveau gepaard gaat met een rechtstekort waarin niet kan worden voorzien zonder op stelselniveau keuzes te maken, die niet voldoende duidelijk uit het stelsel van de wet zijn af te leiden, verbindt de Hoge Raad hier echter geen verdere gevolgen aan. De Hoge Raad laat de uitspraak van het hof daarom vervolgens in stand.