Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord naar Tweede Kamer

Minister Koolmees van SZW heeft op 22 juni jl. de 'Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord' voorzien van een aantal bijlagen, aan de Tweede Kamer aangeboden. Uit de notitie blijkt dat onder het nieuwe pensioenstelsel zeker niet alles verandert.

De sterke punten van het bestaande systeem, solidariteit en collectiviteit, blijven gehandhaafd en er wordt gestreefd naar hetzelfde pensioenniveau als nu het geval is. Ook de huidige verplichtstelling blijft intact.

De doorsneepremiesystematiek wordt afgeschaft. In het nieuwe stelsel krijgen de deelnemers een arbeidsvoorwaardelijke premie toegezegd, waarbij niet een jaarlijks vaste pensioenopbouw het uitgangspunt is, zoals in de huidige situatie; maar een voor iedere deelnemer, ongeacht de leeftijd, een gelijke (procentuele) premie. Bovendien krijgen de deelnemers meer inzicht in hoe de premies worden belegd en wat daarvan het persoonlijk pensioenresultaat is.

Belangrijk onderdeel van het nieuwe stelsel is een collectieve solidariteitsreserve, die gevormd wordt uit de ingelegde premies en/of overrendement. Deze reserve dient om risico’s binnen, maar ook risico’s met toekomstige generaties te delen, met als uiteindelijk doel een beter draagvlak en een beter pensioenresultaat voor iedereen.

Indexaties kunnen eerder worden toegepast als het economisch beter gaat, maar het tegenovergestelde is ook mogelijk. Hierover zijn ook concrete afspraken gemaakt:

  • Ouderen hebben minder last van tegenvallers dan jongeren, maar jongeren profiteren weer meer als het economisch meezit
  • Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid, waardoor onderlinge compensatie mogelijk is
  • De solidariteitsreserve heeft een dempende werking op de tegenvallers

De overgang naar het nieuwe stelsel moet adequaat en kostenneutraal plaatsvinden. Nadelen moeten gecompenseerd worden. Voor de meeste pensioenfondsen is de overgang naar het nieuwe stelsel voordelig. Anderzijds heeft onderzoek uitgewezen dat voor pensioenregelingen op basis van een premieovereenkomst met een leeftijdsafhankelijke staffel een kostenneutrale compensatie niet mogelijk is. Aangezien de overgang van deze regelingen naar het nieuwe stelsel tot aanmerkelijk hogere premies of aanmerkelijk lagere pensioenresultaten zou leiden, is besloten voor een langere uitfaseringsperiode. Zo kan de huidige regeling voor de bestaande deelnemers gehandhaafd blijven. Nieuwe deelnemers (in bestaande of nieuwe premieregelingen) moeten uiterlijk 2026 in het nieuwe stelsel opgenomen te zijn.

De minister is, gezien de huidige economische situatie, net als vorig jaar bereid de mogelijk op handen zijnde kortingen af te wenden voor pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 90%.  Fondsen die op de peildatum 31 december niet aan de eisen voldoen, moeten wel overgaan tot afstempelen.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships