Hypotheekfraude

Rechtbank Gelderland oordeelt over een verzoek tot verwijdering persoonsgegevens na hypotheekfraude.

Een hypotheekverstrekker laat weten dat gegevens van een hypotheekaanvrager zijn opgenomen in het Incidentenregister en in het Extern Verwijzingsregister. De handelswijze van de aanvrager vormt volgens de bank een risico voor de belangen, integriteit en veiligheid van de bank en voor de financiële sector als geheel. Er is sprake van fraude, omdat er een vals of vervalst bankafschrift is aangetroffen in het aanvraagdossier. De hypotheekaanvraag maakt bezwaar daartegen. Ze beroept zich daarnaast ook nog op de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

De rechtbank wijst er op dat er hoge eisen worden gesteld voor opname in de de frauderegisters. Een veroordeling door de strafrechter voor fraude is niet vereist, maar er moeten wel zodanige concrete feiten en omstandigheden zijn dat die een bewezenverklaring zouden kunnen dragen. In geschil is niet dat een gestuurd fiscaal overzicht van de bank vals was en daarop een andere eindsaldo van een bankrekening stond. De verwerking van persoonsgegevens is terecht.

De aanvrager stelt dat de mail met het fiscaal overzicht als bijlage niet verstuurd te hebben. De rechtbank stelt vast dat niet betwist is dat het valse overzicht vestuurd is vanaf het mailadres van aanvrager en het gebruik daarvan is voor diens risico. Ook zijn er geen opmerkelijke verschillen in de teksten of tekstgebruik in de emails te ontdekken. In het hypotheekadvies is het banksaldo nodig voor de eigen middelen meerdere keren genoemd. De belangenafweging om wel of niet te registreren valt uit in het voordeel van de bank. Ook blijkt niet dat de aanvrager voortaan geen Verklaring omtrent Gedrag meer zou kunnen krijgen. De registratie in de frauderegisters blijft daarom in stand.