Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Immateriële schade na overlijden

Dit artikel gaat over schokschade. Dat is schade die is veroorzaakt door een schokkende gebeurtenis. Om de inhoud van het nieuws goed te kunnen beschrijven, moeten we enkele schokkende details in dit artikel plaatsen. We willen u met deze opmerking waarschuwen voor de inhoud.

Na lang procederen krijgen ouders van een door moord om het leven gekomen kind een vergoeding voor immateriële schade toegewezen. In dit geval was de ernst van het misdrijf en de affectieve relatie voldoende om schokschade te krijgen zonder dat directe aanwezigheid bij het misdrijf is vereist. Met vergoeding van schokschade wordt de schadevergoeding aangeduid, waarop iemand recht kan hebben, als hij of zij een ongeval heeft waargenomen, of direct geconfronteerd wordt met de ernstige gevolgen ervan. Het gaat daarbij om het psychisch leed, dat rechtstreeks door de confrontatie met het ongeval of de gevolgen ervan is en wordt veroorzaakt.

Uitgangspunten

De basis van artikel 6:108 BW is dat slechts in dat artikel genoemde materiële schade voor de nabestaanden wordt vergoed (zie externe bronnen). Voor vergoeding van immateriële schade heeft de Hoge Raad in 2002 het zogenoemde Taxibusarrest gewezen (zie externe link). In dit arrest was sprake van een directe confrontatie van de moeder met het overleden kind dat met een gekraakte schedel op straat lag. De Hoge Raad vindt dat onder deze omstandigheden de veroorzaker tevens een onrechtmatige daad begaat jegens “degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel voortvloeit”. Dit zal zich met name voordoen bij iemand met een affectieve relatie. Het gaat dus uitdrukkelijk over schokschade op basis van artikel 6:106 BW en niet de emotionele schade door het verlies van de overledene die op grond van de strikte omschrijving in artikel 6:108 BW niet geclaimd kan worden.

Uitleg van directe confrontatie

In de uitspraak van het Hof van december 2014 staat de onrechtmatige daad en het geestelijk letsel vast. De discussie gaat over het begrip ‘directe confrontatie’. Vast staat dat de eisers geen getuigen van het misdrijf zijn geweest. Wel was er veel media-aandacht en konden de ouders hun (verbrande) kind niet meer zien. Zij moesten hun dochter identificeren aan de hand van kledingresten. De precieze gruwelijke feiten vernamen zij pas 6 maanden later.

Het Hof is uiteindelijk van oordeel dat in dit geval ook al hebben de ouders de stoffelijke resten niet gezien, door alle omstandigheden, toch gesproken kan worden van een directe confrontatie.

Dit is de eerste keer dat een rechter het begrip ‘directe confrontatie’ zo uitlegt.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships