In Thailand woonachtige Nederlander is in Nederland belastingplichtig

Rechtbank Den Haag heeft op 28 augustus 2019 uitspraak gedaan of een in Thailand woonachtige Nederlander in Nederland belastingplichtig is.

Belanghebbende staat tot 22 oktober 2008 in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) ingeschreven. Vanaf 23 oktober 2008 staat hij achtereenvolgens op verschillende adressen in Thailand ingeschreven.

 

In geschil is onder andere of belanghebbende in Nederland woont en derhalve in Nederland belastingplichtig is.

 

Rechtbank Den Haag geeft aan dat de bewijslast op de inspecteur rust. Hij moet aannemelijk maken dat belanghebbende in de betreffende jaren een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had.

Volgens de rechtbank is de inspecteur dat gelukt. De rechtbank constateert dat belanghebbende, gezien de door hem in Nederland gedane pinbetalingen, meer dan de helft van de tijd - 63% in 2011, 59% in 2012 en 2013 en 60% in 2014 - in Nederland verbleef. Belanghebbende heeft niet met bewijsstukken inzichtelijk gemaakt hoe vaak hij in de onderhavige jaren vanuit Nederland naar Thailand en vice versa is gevlogen. Daarnaast heeft belanghebbende in de onderhavige jaren de volledige beschikking over een woning in Nederland. De rechtbank oordeelt dan ook dat belanghebbende terecht als binnenlands belastingplichtige is aangemerkt. 

Belanghebbende heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij in de onderhavige jaren in Thailand aan belastingheffing was onderworpen. De inspecteur heeft derhalve terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend.