In welk jaar is waardedaling renteswap aftrekbaar?

De Hoge Raad heeft op 8 november 2019 uitspraak gedaan over het vraagstuk in welk jaar een waardedaling van een renteswap ten laste van de belastbare winst mag worden gebracht.

Belanghebbende heeft voor de financiering van haar ondernemingsactiviteiten bankleningen opgenomen tegen variabele rentes. Om het risico door veranderingen in de variabele rentes op de leningen te beperken, heeft belanghebbende met diverse banken renteswaps afgesloten.

Doordat de marktrente is gedaald, bedraagt de waarde van renteswaps op 31 december 2010 € 6.131.099 is en op 31 december 2011 € 6.668.371. 

 

In geschil is of belanghebbende de waardedaling van de renteswaps in 2010 en 2011 van de belastbare winst kan aftrekken. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat aftrek in deze jaren niet mogelijk is, omdat de renteswaps en de leningen niet los van elkaar gewaardeerd kunnen worden.

 

Volgens de Hoge Raad staat goed koopmansgebruik toe dat waardemutaties van een renteswap, die het gevolg zijn van veranderingen in de marktrente, afzonderlijk worden verantwoord in de belastbare winst van het jaar waarin die marktrenteveranderingen zich voordoen. Deze regel geldt echter niet voor zover een renteswap samenhangt met een variabel-rentende-geldlening en wel zodanig dat het variabele-rente-risico op die geldlening op balansdatum in hoge mate is beperkt. Dit dient naar de omstandigheden te worden beoordeeld.


De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam.