In Zweden wonende Nederlandse is fiscaal inwoner van Nederland

Hof Den Bosch heeft op 19 september 2019 (publicatie 20 november 2019) uitspraak gedaan of een in Zweden wonende Nederlandse fiscaal inwoner van Nederland is en daardoor recht heeft op de (bijzondere) verhoging van de gecombineerde heffingskorting.

Belanghebbende en haar echtgenoot wonen sinds december 2012 het grootste deel van het jaar in Zweden. Zij verblijven echter ook nog in Nederland. Het echtpaar is niet meer in Nederland ingeschreven, maar staat ingeschreven in Zweden.

 

Belanghebbende heeft sinds 1 december 2012 in Nederland aangifte gedaan als buitenlands belastingplichtige. In januari 2015 koopt het echtpaar een stacaravan voor hun verblijf in Nederland. In Zweden bezitten zij een huis.

 

In geschil is of belanghebbende in 2016 binnenlands belastingplichtige is en daardoor recht heeft op de (bijzondere) verhoging van de gecombineerde heffingskorting.

 

Hof Den Bosch oordeelt dat belanghebbende aannemelijk maakt dat zij in 2016 een duurzame band van persoonlijke aard heeft met Nederland. Met name de aankoop van de stacaravan, om zodoende een duurzame verblijfplaats in Nederland te hebben, en de duur van hun verblijf in Nederland zijn daarvoor belangrijke aanknopings-punten. Dat belanghebbende al gedurende enige jaren lange periodes in Zweden verblijft, doet hier niet aan af. Belanghebbende is volgens het hof binnenlands belastingplichtige en heeft daarom in beginsel recht op heffingskorting. Verder stelt het hof nog vast dat het EU-recht en het Belastingverdrag Nederland - Zweden niet in de weg staat aan toekenning van de heffingskorting. Het gelijk is aan belanghebbende.