Inhuren eenmanszaak leidt niet tot dienstbetrekking

Hof Amsterdam heeft op 1 oktober 2019 uitspraak gedaan of de wijze waarop een eenmanszaak wordt ingehuurd een dienstbetrekking tot gevolg heeft.

Belanghebbende is een bv die regelmatig Z inhuurt. Z drijft een eenmanszaak. Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij belanghebbende concludeert de inspecteur dat Z werkzaam is in een arbeidsverhouding die is aan te merken als een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op.

 

In geschil is de naheffingsaanslag. Het geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is van een dienstbetrekking tussen belanghebbende en Z.

 

Hof Amsterdam constateert dat:

  • De wil van belanghebbende en Z bij het aangaan van de rechtsverhouding er niet op gericht was een dienstbetrekking aan te gaan
  • Z een grote vrijheid had in de manier waarop hij de werkzaamheden moest uitvoeren
  • Z vrij was om een opdracht van belanghebbende niet te accepteren (wat ook is gebeurd)
  • Z (financiële) risico’s liep als een opdracht niet naar behoren was uitgevoerd
  • Z vrij was om zich te laten vervangen

Het hof concludeert dan ook dat de overeenkomst tussen belanghebbende en Z niet alleen naar vorm en inhoud geen arbeidsovereenkomst is, maar dat de wijze waarop belanghebbende en Z daaraan uitvoering hebben gegeven ook tot deze conclusie leidt. Het oordeel is dat Z zijn werkzaamheden niet in dienstbetrekking verrichtte. Er is geen grond voor een naheffingsaanslag loonheffingen.