Inkomensafhankelijke combinatiekorting: 4 plus 2 is geen 2 x 3

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat geen recht is op inkomensafhankelijke combinatiekorting omdat gemiddeld ergens verblijven nog geen doorgaans ergens verblijven is.

Ex-partners hebben een ouderschapsplan opgesteld met een omgangsregeling voor de vader. Het kind staat ingeschreven bij de moeder. Er is een tweewekelijks schema opgesteld met wisseldagen. De inspecteur weigert de gevraagde inkomensafhankelijke combinatiekorting toe te passen. Vereist volgens de wettelijke regeling is dat er doorgaans drie dagen per week verbleven wordt en er vallen niet 3 x 24 uur verblijf uit het schema af te leiden.

De belastingplichtige stelt dat sprake is dat kind iedere twee weken zes dagen bij hem verblijft en dus drie dagen per week. Het gerechtshof wijst erop dat het kind volgens het schema in perioden van veertien dagen eenmaal op vier dagen en eenmaal op twee dagen verblijft. Daarmee is wel sprake van een gemiddelde van drie dagen, maar niet van ‘doorgaans drie dagen’. Er is daarom niet voldaan aan de voorwaarden om de korting toe te staan.

Tsja, het is zomaar voorstelbaar dat dit soortuitspraken niet op zoveel begrip van de belastingplichtige kunnen rekenen. Voor adviseurs en mediators is het bij het vaststellen van het ouderschapsplan dus wel van belang om ook de fiscale voorwaarden van fiscale kortingen in de gaten te houden.