Inkomsten uit horeca-activiteiten zijn loon uit dienstbetrekking

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 augustus 2019 uitspraak gedaan of de door een koster gerealiseerde inkomsten uit horeca-activiteiten in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek.

Belanghebbende is als koster in dienstbetrekking bij een kerkgemeenschap. Zij verricht horeca-activiteiten als er kerkdiensten, uitvaarten, vergaderingen en andere bijeenkomsten in het kerkgebouw zijn. Belanghebbende brengt hiervoor aan haar opdrachtgevers vergoedingen in rekening op basis van de gebruikte consumpties. De opdrachtgevers zijn de kerk en diverse aan de kerk gerelateerde verenigingen / vergaderingen en externe partijen die gebruik maken van (zaal)ruimten van de kerk.

 

Volgens belanghebbende zijn de opbrengsten uit de horeca-activiteiten winst uit onderneming en heeft zij recht heeft op zelfstandigenaftrek. De inspecteur is hier niet mee eens.

 

Rechtbank Noord-Nederland overweegt dat beoordeeld moet worden of de inkomsten uit de horeca-activiteiten winst uit onderneming dan wel resultaat uit overige werkzaamheden of loon uit dienstbetrekking zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt met name uit de functieomschrijving en uit de verklaring namens de kerkenraad dat belanghebbende uit hoofde van haar functie als koster gehouden is de horeca-werkzaamheden uit te voeren. Volgens de rechtbank vallen de horeca-werkzaamheden derhalve onder het bereik van de dienstbetrekking. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de gegenereerde inkomsten als loon zijn aan te merken. De rechtbank verwijst hiertoe naar de ‘buschauffeursarresten’ van 24 juli 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1644.

De rechtbank concludeert dat belanghebbende geen recht heeft op de zelfstandigenaftrek.