Is een Nederlands ouderdomspensioen van een in Portugal wonende ‘permanent resident’ volledig onderworpen aan de aldaar geldende belastingheffing?

Belanghebbende, vanuit Nederland verhuisd naar de Verenigde Staten, is - wegens de aankoop van een pand in Portugal in 2006 - een aldaar geldend fiscaal nummer toegekend. Vervolgens heeft belanghebbende zich 4 jaar later als ‘resident’ ingeschreven in Portugal, alwaar hij sindsdien woont. Na 5 jaren verkreeg hij de status ‘permanent resident’. Nu wil het geval dat er van november 2011 tot november 2016 sprake was van verkrijging van een tijdelijk ouderdomspensioen van een in Nederland gevestigd pensioenfonds.

image_pdf

De Belastingdienst te Nederland gaf belanghebbende nul op het rekest nadat hij om vrijstelling van inhouding van loonheffing voor het betreffende pensioen had verzocht. Een en ander met als reden dat de heffing over de betreffende inkomsten aan Nederland is toegewezen, zo vloeit immers voort uit een tussen Nederland en Portugal geldend verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, aldus de inspecteur van de belastingdienst.

 

Bezwaar tegen afwijzing vrijstelling

Belanghebbende ging tegen voornoemde beslissing in bezwaar, maar dit bood geen soelaas. De Belastingdienst stelde zich namelijk op het standpunt dat de strekking van de tekst van het betreffende verdrag is dat door toepassing van de geldende aftrekpost de voorwaarde van het 90% criterium niet kan worden opgeroepen. In het geval van belanghebbende wordt het inkomen slechts voor 15% aangegeven, pas daarna wordt mogelijk een algemeen van toepassing zijnde aftrekpost in mindering gebracht op het inkomen. Belanghebbende diende ten minste 90% van het inkomen dat op de opgave staat aan te geven wil hij voldoen aan de voorwaarde voor vrijstelling in Nederland, zo meent de belastingdienst.

 

Geschil voorgelegd aan de rechter

De gang naar de rechter werd gemaakt. De relevante in geding zijnde rechtsvragen zijn als volgt te onderscheiden:

 

  1. Is het pensioen terecht en tot het juiste bedrag tot het belastbare inkomen uit werk en woning gerekend? Oftewel, zijn de verdragsrechtelijke bepalingen op juiste wijze toegepast?
  2. Als dit zo is, verzet het vertrouwensbeginsel zich dan tegen de heffing van IB/PVV?
  3. Is aan belanghebbende terecht belastingrente in rekening gebracht?

 

Het moge duidelijk zijn dat belanghebbende meent dat vraag 1 en 3 ontkennend beantwoord moeten worden en vraag 2 bevestigend, daar waar de belastingdienst hier haaks op staat. Meer specifiek wordt het geschil beheerst door de vraag of, gezien art. 54 Portugese Income Tax (PIT), met betrekking tot de pensioenuitkering van belanghebbende wordt voldaan aan de eis die wordt gesteld in art. 18, lid 2, letter b van het betreffende verdrag. Belanghebbende meent dat in zijn Portugese aangifte het pensioen ten onrechte aangegeven is voor 15% van het ontvangen bedrag, maar dat ex art. 54 van de PIT het pensioen volledig belastbaar is in Portugal.

 

Het Gerechtshof is, tegenstrijdig met het oordeel van de Rechtbank, van mening dat – gelet op de tekst van art. 54 PIT alsook de toelichting op het Portugese recht – de pensioenuitkering volledig aan Portugese belastingheffing is onderworpen.

Art. 54 lid 1 PIT is in de situatie van belanghebbende niet van toepassing. Een en ander gezien het feit dat de pensioenpremies in Nederland niet tot het loon behoorden, dan wel aftrekbaar waren. Voorgaande redenatie sluit volgens het Gerechtshof aan bij de tekst van art. 99 lid 4 PIT.

 

Daarnaast heeft belanghebbende gemotiveerd gesteld dat hij niet in aanmerking komt voor de vrijstelling krachtens de speciale regeling voor “non-habitual residents” bedoeld in artikel 16 van de PIT, omdat hij een reguliere inwoner is van Portugal. In dit geval wordt voldaan aan de eisen die artikel 18 van het Verdrag stelt om het heffingsrecht over de pensioenuitkeringen toe te wijzen aan het woonland van belanghebbende (Portugal derhalve). Dat het pensioen in Portugal ten onrechte voor slechts 15% is aangegeven, doet daaraan niet af.

 

Resumerend

Het hoger beroep van belanghebbende heeft succes, een en ander nu het Gerechtshof concludeert dat vraag 1 ontkennend beantwoord dient te worden (wat overigens resulteert in het feit dat vraag 2 geen beantwoording meer behoeft); de aanslag zal worden verminderd en berekend naar een belastbaar inkomen van nihil. Voorts wordt vraag 3 ontkennend beantwoord; de beschikking belastingrente wordt vernietigd.

Matthijs Reek
Over Matthijs

Vanaf medio 2008 is Matthijs als jurist werkzaam geweest bij verschillende advocatenkantoren en (semi-)overheidsorganisaties. In het kader daarvan heeft hij zich onder meer nader gespecialiseerd in juridische vraagstukken op het grensvlak van het arbeids-, contracten- en bestuursrecht. [...]

Bekijk profiel