Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Jurisprudentie terugbetaling advieskosten

Sinds de invoering van het provisieverbod voor complexe financiële producten in 2013, worden advieskosten rechtstreeks bij de klant in rekening gebracht. De (geschatte) hoogte van deze advieskosten wordt vooraf vastgelegd in een overeenkomst van opdracht. De klant heeft inzage in de hoogte van de advieskosten middels het Dienstverleningsdocument (Dvd).

Soms liggen de kosten niet exact van tevoren vast, omdat de hoogte afhankelijk is van het achteraf vastgestelde aantal uren dat de adviseur bezig is geweest met zijn advies.

Soms is een klant ontevreden over het gegeven advies. De klant wil dan de advieskosten niet betalen. In sommige gevallen blijkt dat terecht. In dit artikel gaan we in op enkele voorbeelden waarbij een klant (deels) in het gelijk is gesteld in zijn eis om advieskosten terugbetaald te krijgen.

Klachten over advies en kosten daarvan
Wanneer een klant een klacht heeft over het gegeven advies of de werkwijze van de adviseur, dan moet de klant die klacht eerst bij de (werkgever van) die adviseur indienen. Als dat niet leidt tot een bevredigend resultaat, kan de klant de klacht indienen bij het Kifid.

Als het Kifid een uitspraak doet, is die openbaar. We behandelen in dit artikel enkele voorbeelden waarin het Kifid vond dat een adviseur zijn werk onvoldoende goed had gedaan om de (volledige) advieskosten in rekening te mogen brengen.

In de meeste casussen eisen de klanten meer dan alleen teruggave van de advieskosten. Die onderdelen van de klachten laten we hier buiten beschouwing. We richten ons alleen op onvolkomenheden in het adviestraject die hebben geleid tot gedeeltelijke of gehele teruggave van de in rekening gebrachte advieskosten.

Voor sommige producten geldt het provisieverbod (nog) niet, zoals voor consumptieve kredieten. We hebben daarover bericht in een eerder artikel (zie externe link). In dit artikel gaat het telkens over advies met betrekking tot een hypothecair krediet. Daarover ontstaat het vaakst onenigheid tussen klant en adviseur, vanwege de relatief hoge advieskosten en de complexiteit van het advies. Toch is deze jurisprudentie mede van belang voor adviseurs van andere financiële producten. Deze jurisprudentie zou net zo goed zou kunnen gaan over advieskosten ten behoeve van vermogens-, inkomens- of pensioenproducten. 

Casus 1 (uitspraak nr. 269): urenspecificatie van adviseur ontbreekt
Een klant en een tussenpersoon tekenen een overeenkomst van opdracht. Het tarief voor advieskosten ligt niet vast, maar wordt naberekend op basis van gemaakte uren. Er wordt wel gesteld dat er gemiddeld € 2.500 in rekening wordt gebracht. In de overeenkomst staat ook dat het de klant vrij staat het adviestraject op elk moment stop te zetten, waarbij de tot dan toe gemaakte uren in rekening worden gebracht.

De klant is niet tevreden met het werk van de adviseur en besluit na enige tijd zijn opdracht in te trekken. De adviseur stuurt een factuur van € 2.240 voor 29 uren werk. De klant beklaagt zich hierover.

Het Kifid oordeelt dat het op de weg van de adviseur had gelegen om in dit geval nauwkeurig en gedetailleerd aan te geven waaraan al die uren zijn besteed. Die gedetailleerde specificatie ontbreekt hier. Het Kifid stelt vast dat het redelijk is om ervan uit te gaan in dit geval slechts 1/3e van de in rekening gebrachte uren ook daadwerkelijk als advieskosten op te voeren. Daarbij gaat het Kifid uit van het gemiddelde bedrag aan advieskosten van € 2.500. De klant moet € 835 aan advieskosten betalen en de rest van de factuur niet. 

Casus 2 (uitspraak nr. 282): uiteindelijk geen advies, dan volgens Dvd ook geen factuur
Een klant en een tussenpersoon sluiten een overeenkomst van opdracht, waarin staat dat de advieskosten € 1.495 zullen bedragen. Letterlijk staat er het volgende in de overeenkomst: 

“U bent deze vergoeding verschuldigd, zodra u ons rapport in ontvangst heeft genomen.” 

Tijdens het adviestraject blijkt de gewenste financiering niet mogelijk, omdat de klant een BKR-codering heeft. De adviseur heeft al veel werk verricht, maar overhandigt geen adviesrapport, omdat de financiering toch niet mogelijk is. Hij stuurt wel de factuur van € 1.495.

De klant beklaagt zich hierover. Het Kifid stelt de klant in het gelijk: er is geen adviesrapport overhandigd, dus een vergoeding is niet op zijn plaats. Er is niet letterlijk voldaan aan de voorwaarde in de overeenkomst van opdracht, dat de kosten pas verschuldigd zijn na overhandiging van een adviesrapport. 

Casus 3 (uitspraak nr. 285): onvoldoende inventarisatie leidt tot lagere factuur
Een tussenpersoon en een klant gaan een overeenkomst van opdracht aan tegen advies- en bemiddelingskosten van € 2.845. Hoewel het in dit geval gaat om het oversluiten van een hypotheek en dit uiteindelijk ook gebeurt, is de klant erg ontevreden over het hele adviestraject. De klant stelt onder meer dat hij een onduidelijk advies heeft gekregen en niet weet waarop dit advies gebaseerd is. Daarom is hem ook niet duidelijk of er sprake is van een passend advies, zoals de wet voorschrijft.

Het Kifid is het met de klant eens: hoewel vaststaat dat er herhaaldelijk telefonisch contact is geweest met de klant, ligt nergens vast dat is gevraagd naar de wensen en doelstellingen van de klant (een plicht op basis van artikel 4:23 Wft). Laat staan dat deze wensen en doelstellingen zelf vastliggen. Dat betekent dat de adviseur niet kan aantonen voldoende te hebben geïnventariseerd. Dat leidt er toe dat ook niet kan worden vastgesteld of het advies passend was.

Op grond hiervan moet de adviseur een deel van de in rekening gebrachte advieskosten terugbetalen. 

Casus 4 (uitspraak nr. 297): adviseur vertrouwt ten onrechte op door klant geschatte waarde woning
Een klant en een tussenpersoon komen een adviesvergoeding van € 2.500 overeen in een overeenkomst van opdracht voor een financiering van een verbouwing.

Om vast te stellen of de financiering mogelijk is, is onder meer de waarde van de woning van belang. De adviseur vraagt de klant wat de waarde van de woning is en de klant vertelt dit aan de adviseur. De waarde is echter niet door een onafhankelijke taxateur vastgesteld.

De adviseur stelt een advies op, uitgaand van (ongeveer) de door de klant opgegeven waarde van de woning.

Voordat er een definitieve financieringsaanvraag ingediend kan worden, moet de waarde van de woning echter wel getaxeerd worden. Uit die taxatie blijkt dat de woning veel minder waard is dan de door de klant opgegeven waarde. Hierdoor is de financiering helemaal niet mogelijk en moet de klant die al begonnen is met de verbouwing, zijn geld consumptief lenen.

De adviseur rekent € 2.500 aan advieskosten en de klant is het hier niet mee eens. Het Kifid geeft de klant deels gelijk: de adviseur zou als professioneel hebben moeten inzien dat de getaxeerde waarde van de woning van dermate groot belang was, dat deze eerder had moeten worden aangevraagd. Het is daarom onredelijk om € 2.500 in rekening te brengen. De advieskosten worden verlaagd tot € 1.000.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships