Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid 2020-458:Automatische uitruil pensioenen bij beëindiging deelneming

De geschillencommissie van het Kifid heeft zich gebogen over een kwestie van echtscheiding (26 augustus 2015) en verdeling van pensioenrechten, nadat automatische uitruil van een deel van het ouderdomspensioen in partnerpensioen bij beëindiging van de deelneming had plaatsgevonden in 2011. De pensioengerechtigde deelnemer beklaagde zich erover dat pensioenuitvoerder zonder zijn uitdrukkelijke instemming was overgegaan tot uitruil en daarmee toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht.

In de Pensioenwet (PW) is bepaald dat als een pensioenregeling voorziet in een ouderdomspensioen, de (gewezen) deelnemer bij de beëindiging van zijn deelneming in de pensioenregeling en bij pensionering kan kiezen voor de uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen, waarbij het partnerpensioen na uitruil niet hoger mag zijn dan 70% van het ouderdomspensioen dat na de uitruil resteert (artikel 61, lid 1 PW).

De pensioenuitvoerder heeft op zijn beurt de verplichting om deze keuze aan te bieden en kan daarbij voorwaarden stellen. In dat kader is in artikel 61, lid 7 PW bepaald dat als de (gewezen) deelnemer niet binnen een door de pensioenuitvoerder gestelde termijn reageert op die keuzemogelijkheid, de pensioenuitvoerder bij ingang van het pensioen automatisch tot uitruil zal overgaan als:

  1. De pensioenovereenkomst niet voorziet in een aanspraak op partnerpensioen vanaf de datum waarop het ouderdomspensioen ingaat en
  2. De (gewezen) deelnemer gehuwd is of een geregistreerde partnerrelatie heeft

Automatische uitruil vindt niet plaats op het moment van beëindiging van de deelneming vóór pensionering, tenzij de pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen op risicobasis en expliciet uit de pensioenovereenkomst blijkt dat de pensioenuitvoerder zal overgaan tot uitruil overeenkomstig het bepaalde bij pensionering (artikel 61, lid 10 PW).

Kortom, in de pensioenovereenkomst kan expliciet bepaald zijn dat bij beëindiging van de deelneming vóór pensionering de pensioenuitvoerder automatisch overgaat tot uitruil van een deel van het ouderdomspensioen, tenzij hiertegen bezwaar wordt gemaakt.

In onderhavige kwestie was in artikel 17, lid 3 van het pensioenreglement onder meer bepaald dat de gewezen deelnemer, die onmiddellijk voorafgaand aan het einde van het dienstverband een aanspraak op levenslang partnerpensioen van zijn of haar partner had, wordt geacht te hebben gekozen voor een gedeeltelijke uitruil van de vastgestelde premievrije aanspraak op levenslang ouderdomspensioen in een premievrije aanspraak op levenslang partnerpensioen ten behoeve van de partner, tenzij de gewezen deelnemer en/of de partner van de gewezen deelnemer binnen een maand na de uitruil bij de pensioenuitvoerder per aangetekende brief bezwaar aantekent tegen de uitruil (…).” Dat komt dus neer op de regeling van artikel 61, lid 10 PW, die op het moment van beëindiging van het dienstverband (15 maart 2011) nog niet kracht was. Bij de inwerkingtreding van de Verzamelwet Pensioenen 2012 is artikel 61, lid 10 PW in werking getreden (1 januari 2012).

Geschillencommissie komt tot het volgende oordeel:

  1. Uitgangspunt is het pensioenreglement dat bepalend is
  2. Artikel 17, lid 3 van het pensioenreglement is duidelijk automatische uitruil tenzij bezwaar
  3. Pensioenuitvoerder mag van de uitvoering van artikel 17, lid 3 van het reglement niet afwijken
  4. Gewezen deelnemer heeft niet tijdig bezwaar gemaakt tegen de uitruil
  5. Dat de gewezen deelnemer stelt hiervan niet op de hoogte te zijn geweest kan de pensioenuitvoerder niet worden tegengeworpen

Pensioenuitvoerder heeft zijn zorgplicht niet geschonden.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships