Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid 2020-554: Schending zorgplicht bij overdracht lijfrentekapitaal

Een consument had bij Aegon lijfrenteverzekering afgesloten, waarvan in 2014 een lijfrentekapitaal vrijkwam van ruim € 94.000. De consument wilde dit kapitaal gebruiken voor een bancaire lijfrente. Op 5 maart 2014 ontving de consument een aanvraagformulier voor een direct ingaande bancaire lijfrente met een looptijd van 12 jaar en een rente van 2,8%. Een maand later informeerde de consument naar de stand van zaken, omdat hij het door hem ingevulde en ondertekende aanvraagformulier per post aan de Bank had toegestuurd en in kopie ook zijn adviseur.

Door omstandigheden, waaronder ontbrekende documenten, wilde de bank de aanvraag nog niet goedkeuren. Op 9 mei 2014 verzocht consument de adviseur om met spoed actie te ondernemen omdat hij nog steeds geen bericht had ontvangen dat het kapitaal was overgeboekt en op 13 mei 2014 attendeerde hij de bank op het uitblijven van een reactie op zijn aanvraag. Uit de reactie van de bank bleek dat deze nog steeds niet alle benodigde documenten had om de aanvraag te kunnen accepteren.

Op 19 mei 2014 kwam het verlossende woord met een bittere nasmaak. Alle benodigde documenten waren ontvangen, zodat de aanvraag niets meer in de weg stond. Echter, de bank kwam wel met andere condities. Pas op 23 mei 2014 werd het lijfrentekapitaal overgedragen. Op 28 mei 2014 berichtte de bank dat de eerste uitkering omstreeks 25 juli 2014 kon worden verwacht.

Aangezien de oorspronkelijke offerte geen doorgang kon vinden vorderde de consument dat de nadelige financiële gevolgen (looptijd 10 jaar i.p.v. 12 jaar en een rente van 2,4% i.p.v. 2,8%) zou worden gecompenseerd.

De geschillencommissie stelt vast dat de voornaamste reden van de vertraging van de afhandeling van de aanvraag door de Bank bestond uit het ontbreken van een ondertekend handtekeningformulier en een gewaarmerkt kopie van het legitimatiebewijs van de consument en dat ook het feit dat de bank het bericht van de afwijzing naar een verkeerd e-mailadres van had gestuurd mede heeft bijgedragen aan de vertraging.

Van de adviseur had mogen worden verwacht dat hij voor het indienen van de aanvraag alle benodigde formaliteiten had doorgenomen met de consument en dat toen een bevestiging van de bank uitbleef hij tijdig in actie was gekomen om vertraging te voorkomen. Aangezien vaststaat dat dit niet is gebeurd komt de geschillencommissie tot de conclusie 4 dat er sprake is van schending van de zorgplicht en veroordeelt de adviseur tot vergoeding van 50% van de door de consument geclaimde schade.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships