Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid herroept doorlopende zorgplicht dalende ORV-premie

In mei 2018 doet het Kifid een opmerkelijke uitspraak. Een adviseur moet in de gaten houden of premies voor overlijdensrisicoverzekeringen (ORV) in algemene zin dalen en zijn klanten met een ORV informeren over deze premiedalingen. Dat hoort bij zijn doorlopende zorgplicht, concludeerde het Kifid. Nadat hier aandacht aan besteed is in de media, gaan veel klanten met een ORV klagen bij hun adviseur. Vaak met succes: adviseurs moeten veelal het verschil in premie vergoeden, dat de klant minder had hoeven betalen als die eerder van de premiedaling op de hoogte was geweest. Dat blijkt uit vervolgzaken bij het Kifid.

Enkele adviseurs zijn tegen deze uitspraken in beroep gegaan bij de Commissie van Beroep van het Kifid. Die heeft op 28 mei en 12 juni 2020 in twee beroepszaken een definitief oordeel geveld over de mate waarin de doorlopende zorgplicht geldt.

De uitspraak van mei 2018 werd maanden later door een consumentenprogramma opgepikt.

Als gevolg daarvan kwamen binnen zeer korte tijd ruim 100 klachten binnen over vergelijkbare zaken. Klanten die al gedurende enige tijd een ORV hadden, vorderden massaal premies terug, omdat de adviseur hen eerder had moeten wijzen op de premiedalingen van ORV’s in de markt.

De Geschillencommissie van het Kifid deed in 2019 enkele uitspraken in deze kwestie. Gezien het belang van de uitspraken, stelde de Geschillencommissie beroep open tegen deze zaken. In beginsel kan dat alleen bij een belang dat hoger is dan € 25.000. In deze gevallen was het financiële belang kleiner dan dat, maar vanwege het belang van de zaak in zijn algemeen, stond beroep toch open. Twee tussenpersonen hebben beroep aangetekend en beide beroepszaken zijn inmiddels gepubliceerd.

Beroepszaken tegen uitspraken met verschillende uitkomst

Het opvallende van deze beroepszaken is, dat één van de twee tussenpersonen helemaal geen schade hoefde te vergoeden.

De andere tussenpersoon was wel veroordeeld tot een schadevergoeding.

Het verschil tussen de twee uitkomsten, was dat in het ene geval de klant zelf in actie was gekomen en snel een ORV tegen veel lagere premie had afgesloten. In die zaak (2019-625), was duidelijk dat de klant echt bereid was een ORV bij een andere verzekeraar af te sluiten tegen een andere premie. Dat had eerder gekund, als de klant er door zijn tussenpersoon op had gewezen dat ORV-premies al een tijd aan het dalen waren. De tussenpersoon moest in die zaak een deel van de te hoge premie vergoeden.

In de andere zaak (2019-623) had de klant geen enkel initiatief getoond om iets aan zijn relatief hoge ORV-premie te doen. De klant had alleen een klacht ingediend over het feit dat hij niet geïnformeerd was over de lagere premie. Op grond van die afwachtende houding overwoog de Geschillencommissie in 2019 dat er geen schade is aangetoond. Hoewel de adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden, hoefde hij geen schade te vergoeden.

Toch wilde ook deze tussenpersoon beroep aantekenen, zodat hij van de blaam gezuiverd zou worden dat hij zijn zorgplicht geschonden zou hebben.

Overwegingen en conclusie Commissie van Beroep

De uitspraken in beide beroepszaken zijn bijna kopieën van elkaar. Daarom zijn deze gezamenlijk te behandelen.

Een consument mag van een redelijk bekwaam en redelijk handelend verzekeringsadviseur verwachten dat deze de belangen van de verzekeringnemers in het oog houdt. Voor de inhoud en omvang van die zorgplicht is onder meer de Wet op het financiële toezicht (Wft) van belang en hoe die wet verder is uitgewerkt in het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo).  De Commissie van Beroep oordeelt dat gedurende de looptijd van een verzekering de adviseur zijn klant moet informeren over eventuele wijzigingen in het product, zoals dat via de adviseur is afgesloten (artikel 4:20, lid 3 Wft en 4:21 Wft).

Dus: de adviseur moet de consument informeren als bijvoorbeeld de premie voor zijn ORV zou wijzigen. De wettelijke nazorgplicht gaat niet zo ver gaat dat een adviseur de consument moet informeren over algemene marktontwikkelingen zoals premiedalingen van ORV’s. Een consument en een financieel adviseur kunnen over een dergelijke nazorgplicht wel afspraken maken, maar dat is hier niet gebeurd.

Kortom, er is geen sprake van schending van de nazorgplicht door de financieel adviseur. Er is geen reden om eventuele financiële schade te verhalen op de financieel adviseur.

Lopende zaken

Het Kifid geeft aan dat er nog meer zaken lopen die over de zorgplicht en dalende ORV-premie gaan. Die zullen allen in lijn met deze uitspraken van de Commissie van Beroep worden afgehandeld. Dat betekent dat klanten in al die zaken geen schadevergoeding tegemoet kunnen zien.

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships