Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Kifid keurt renteopslag Euriborrente af

Het Kifid behandelt twee klachten van klanten met een hypothecair krediet, waarvan de rente afhankelijk is van het Euribortarief. Het gaat om klanten van twee verschillende banken, die het niet eens zijn met een verhoging van de renteopslag op de Euriborrente.

In 2014 oordeelden zowel het Gerechtshof in Amsterdam als het Kifid nog dat het verhogen van renteopslagen op het Euribortarief waren toegestaan. Nu oordeelt het Kifid anders.


Klacht van klant tegen ABN AMRO (nr. 2017-362)
Een klant heeft een klacht ingediend tegen ABN AMRO. Hij heeft een hypothecair krediet met een rente tegen het Euribortarief. De bank hanteert een opslag van 1,2% op dit tarief.

Tijdens de looptijd verhoogt ABN AMRO de opslag met 0,5%. De bank beroept zich hierbij op het beding in de leningovereenkomst, waarin staat:

“De in de Kredietovereenkomst vastgelegde individuele opslag kan steeds per de eerste dag van een kalendermaand door ABN AMRO worden herzien. Indien ABN AMRO daartoe overgaat, zal zij de Kredietnemer ten minste tien Werkdagen voor de laatste dag van de lopende kalendermaand de individuele opslag, die met ingang van de opvolgende kalendermaand van kracht zal zijn, schriftelijk meedelen.”

De bank geeft daarbij aan dat het de klant is toegestaan om de lening af te lossen (cq over te sluiten) op het moment van de renteverhoging. De klant is het echter niet mee eens met de verhoging van de opslag en hij dient een klacht in bij het Kifid. 

Klacht van klant tegen ING (nr. 2017-364)
Een andere klant heeft een soortgelijke lening bij de ING. Ook in zijn geval wordt de opslag op het Euribortarief verhoogd. Die gaat van 1% met een paar stappen naar 3,26%. Ook hiermee is de klant het niet eens en hij dient een klacht in. De bank beroept zich echter op de voorwaarden, waarin staat:

 “De opslag op het EURIBOR-tarief wordt éénmaal per jaar door de kredietgever herzien. Indien de opslag wijzigt, wordt u daarover (ongeveer 2 weken van tevoren) ingelicht.” 

Ondanks dit beding, is de klant van mening dat de verhoging onterecht is en stapt ook naar het Kifid. 

Beoordeling Kifid (2017) in beide zaken
Het Kifid toetst de bedingen over de renteopslagen van deze twee banken ambtshalve. Daarbij geldt als uitgangspunt een Europese Richtlijn uit 1993 (Richtlijn 93/13/EEG) die gaat over het oneerlijke karakter van bedingen in consumentenovereenkomsten.

Op basis van die Europese Richtlijn is een beding dat niet duidelijk is of kan zijn voor een klant, vernietigbaar als dit een onredelijk nadeel oplevert voor de consument (klant). In Nederlandse wetgeving is dit onder meer vertaald naar art. 6.233, lid a BW (zie links).

Volgens het Kifid is in deze gevallen sprake van een onredelijk bezwarend beding. In de opslagwijzigingsbedingen en in de overige leningdocumentatie wordt op geen enkele manier duidelijk gemaakt onder welke omstandigheden, volgens welke mechanismen en in welke mate de opslagen kunnen worden gewijzigd. Daardoor zijn de klanten onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke financiële gevolgen van hun keuze. De bedingen zijn niet transparant genoeg en door de verhogingen ook onredelijk bezwarend. 

Beide banken stellen dat de klanten de mogelijkheid hadden om de leningen elders onder te brengen bij een renteverhoging: ze mogen de overeenkomst gewoon opzeggen als ze het er niet mee eens zijn. Dat argument wordt door het Kifid van tafel geveegd: een formeel recht tot het opzeggen van een overeenkomst is onvoldoende, als deze mogelijkheid in de praktijk niet of nauwelijks kan worden benut. Dat volgt uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. 

De conclusie is dat beide banken de verhogingen van de Euriboropslagen moeten terugdraaien. 

Andere conclusie dan in 2014
In 2014 hadden het Gerechtshof Amsterdam en het Kifid in verschillende zaken nog een andere conclusie getrokken. De zaken waren weliswaar vergelijkbaar, maar in die zaken (zie het eerdere bericht van 2014 in de links) kregen de banken gelijk. Wat is dan het verschil tussen deze toetsmomenten? Het Kifid hierover:

“In eerdere uitspraken oordeelden [we] dat de geldverstrekker de opslag mocht verhogen omdat de opslagwijzigings-bevoegdheid duidelijk tussen partijen was overeengekomen. In desbetreffende klachten was niet komen vast te staan dat de bank consumenten onvoldoende had geïnformeerd. Ook was niet komen vast te staan dat de bank de wijzigingsbevoegdheid had gebruikt op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Inmiddels is het in de rechtspraak gebruikelijk dat de rechter, na partijen de gelegenheid te hebben gegeven over en weer hun standpunt kenbaar te maken, in beginsel het onredelijk bezwarende karakter van een opslagwijzigingsbeding ambtshalve toetst. De Geschillencommissie volgt die werkwijze."

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships