Krediet in Media Markt

Rechtbank Amsterdam oordeelt over de rechtsgeldigheid van een door een kredietverstrekker in de Media Markt afgesloten consumptief krediet.

Een klant met een consumptief krediet wordt gedagvaard na een achterstand in de maandelijkse termijnen.

De kredietverlener heeft bij de dagvaarding echter niet gesteld noch is gebleken of en zo ja op welke wijze aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen is voldaan. De kredietverstrekker probeert dit alsnog in de rechterlijke procedure te doen. Kennelijk is de kredietovereenkomst afgesloten in een Media Markt. De kredietverstrekker laat zien welke stukken daarbij zijn overlegd en dat een kredietwaardigheidstoets is afgelegd.

Volgens de rechtbank is de kredietovereenkomst getiteld ‘niet-doorlopend goederenkrediet’, maar is het geen goederenkrediet nu niet de kredietverstrekker, maar de Mediamarkt de spullen overhandigd. De rechtbank toetst vervolgens of wel aan alle eisen is voldaan.

Uit de overhandigde stukken volgt niet dat er daadwerkelijk een BKR-toets heeft plaats gevonden. Er zijn wel inkomensgegevens en gegevens over de woonsituatie in het dossier aanwezig, maar zonder bewijsstukken. Verder is een uitdraai van een ‘Affordability Analysis’ overlegd maar die is van ruim na het aangaan van de kredietovereenkomst. Er is dus door de kredietverstrekker niet voldaan aan de vereiste kredietwaardigheidstoets.

De kredietovereenkomst wordt door de rechtbank vernietigd en er is daarom geen grondslag voor de door de kredietverstrekker gevorderde kosten en rente.