LKV bij stage

Regels inzake loonkostenvoordeel (LKV) bij betaalde stage en een BBL contract.

image_pdf

De betaalde stage wordt als een (fictieve) dienstbetrekking beschouwd. Dat betekent dat voor die periode de werkgever in aanmerking kan komen voor het loonkostenvoordeel. Dit voordeel loopt door als aansluitend een BBL contract wordt aangegaan. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in antwoord op Kamervragen. 

 

De problematiek of een jongere in aanmerking komt voor loonkostenvoordeel in een BBL contract, hangt ervan af of de betreffende werkgever eerder vanuit het praktijkonderwijs een betaalde stage heeft aangeboden. Werkgevers ondervinden problemen in de situatie dat aan een BBL contract direct een betaalde stage vooraf is gegaan. Dit hoeft volgens Koolmees echter geen probleem te zijn.  

 

Het loonkostenvoordeel is bedoeld om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Een betaalde stage kwalificeert hierbij ook als (fictieve) dienstbetrekking. Voor de werknemer die een BBL contract aangeboden krijgt, en voldoet aan de voorwaarden voor het loonkostenvoordeel, komt de werkgever ongeacht of hier wel of geen betaalde stage direct aan vooraf is gegaan in aanmerking voor het loonkostenvoordeel.  

 

De problematiek waar deze werkgevers nu tegenaan lopen is dat zij pas na het aangaan van het BBL contract een doelgroepverklaring aanvragen. Als deze aanvraag niet plaatsvindt binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking (in dit geval de betaalde stage), wordt de doelgroepverklaring niet afgegeven en kan de werkgever geen aanspraak maken op het loonkostenvoordeel.  Om ervoor te zorgen dat de doelgroepverklaring tijdig wordt aangevraagd, zal het UWV de werkgevers, al dan niet via de betrokken onderwijsinstellingen, actief gaan informeren.  

 

In feite moet de werkgever het aanvragen van het loonkostenvoordeel overwegen op het moment dat stagiaires in de loonaangifte mee worden genomen.  

 

Op het moment dat een (fictieve) dienstbetrekking (in dit geval de betaalde stage) wordt aangegaan met de stagiair, moet beoordeeld worden of de stagiair in aanmerking komt voor een loonkostenvoordeel. Zo ja, dan moet de doelgroepverklaring binnen drie maanden na aanvang van die eerste dienstbetrekking te worden aangevraagd. Als de doelgroepverklaring niet tijdig, binnen drie maanden na start van de dienstbetrekking, wordt aangevraagd, wordt deze verklaring niet meer afgegeven. Voor het jaar 2018 onderzoekt de minister de mogelijkheid een uitzondering te maken in die zin dat werknemers uit de doelgroep die direct aansluitend aan een betaalde stage in 2018 een arbeidscontract zijn aangegaan met dezelfde werkgever alsnog een doelgroepverklaring kunnen aanvragen voor zowel de stageperiode als voor de periode waarop het arbeidscontract betrekking heeft.  

Ellen van Waaijen
Over Ellen

Mr. Ellen van Waaijen is gespecialiseerd in Loonheffingen. Adviseert werkgevers en werknemers, alsmede accountants- belastingadvies- en advocatenkantoren, bij het ontwerpen van (flexibele) arbeidsvoorwaarden, begeleidt looncontroles en voert onderhandelingen met Belastingdienst en UWV, [...]

Bekijk profiel