Medezeggenschap bij pensioen in kleine ondernemingen

De SER heeft een ontwerpadvies uitgebracht over de rol van medezeggenschap bij pensioen in kleine ondernemingen. Dit zijn ondernemingen die tussen de 10-50 werknemers hebben. Deze bedrijven hebben geen OR normaliter, maar moeten wel op verzoek van de werknemers een zogenaamde PVT (Personeelsvertegenwoordiging) in stellen. Als er geen PVT is dan moet de werkgever tweemaal per jaar met de PV (Personeelsvergadering). De PVT heeft slechts beperkte instemmingsrechten (gericht op de primaire arbeidsvoorwaarden).

Randvoorwaarden zijn dat de systematiek van de WOR niet wordt aangetast, rekening wordt gehouden met de complexiteit van pensioen en de administratieve lasten.

De conclusie is:

Naar het oordeel van de raad zijn er verschillende mogelijkheden om de medezeggenschap, dan wel invloed, van werknemers in kleine ondernemingen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde ‘pensioen’ te versterken. Dit betreft:
-het bevorderen van bekendheid en naleving van de bestaande bevoegdheden en mogelijkheden van de personeelsvertegenwoordiging (PVT) en/of personeelsvergadering (PV) binnen en buiten de Wet op de ondernemingsraden (WOR), waaronder het adviesrecht (zonder beroep op de Ondernemingskamer);
-het versterken van enkele bevoegdheden van de PVT en/of PV binnen de WOR, te weten informatierecht, informatieplicht (die op werkgever rust) en initiatiefrecht ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde pensioen;
-het bevorderen van onafhankelijke en betaalbare informatievoorziening inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen.

Naar het oordeel van de raad zou het toekennen aan de PVT en PV van een instemmingsrecht voor de arbeidsvoorwaarde pensioen in kleine ondernemingen het systeem van de WOR verstoren en kunnen leiden tot kosten- en lastendrukverhoging. Dit zou tot ongewenste effecten kunnen leiden.

Vooralsnog zet de SER dus in op informatie(plicht) tussen werkgever en werknemer. Op basis daarvan kan de PVT en/of PV dan in ieder geval meedenken en mogelijk adviseren.

Het zou werkgevers sieren om de PVT en/of PV meer en beter te betrekken bij pensioen. Het is immers het ‘uitgestelde loon’ van de werknemer. Waarom de SER niet kiest voor een vergelijkbaar recht als de OR heeft bij pensioen begrijp ik niet goed. Juist het belang van die werknemers die niet bij een Bpf zitten is toch groot genoeg? Het argument  dat pensioen zo complex is acht ik dan niet bepalend, integendeel.

In ieder geval zou het aan de PVT en/of PV overgelaten moeten worden of zij een adviesrecht willen.

Zie bijgaand het ontwerpadvies.

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel