Meerwaardeclausule is niet vervallen

Hof Den Haag heeft op 8 oktober 2019 uitspraak gedaan of een meerwaardeclausule, die is overeengekomen bij de ontbinding van een vennootschap onder firma tussen een vader en een zoon, is vervallen.

Een vennootschap onder firma tussen een vader en een zoon is per april 1998 ontbonden. De zoon heeft de onderneming voortgezet en een aantal percelen van zijn ouders overgenomen. In de akte van verdeling en toedeling is een meerwaarde-clausule opgenomen voor het geval de zoon deze percelen binnen 10 jaar zou vervreemden. In 2014 is de vader overleden.

 

Volgens de moeder en de zussen van de zoon heeft de nalatenschap van vader een voorwaardelijke vordering op de zoon uit hoofde van de meerwaardeclausule omdat de zoon in 2007 twee percelen heeft verkocht. De zoon stelt dat de koper in 2007 was geïnteresseerd om grond te kopen. De zoon wilde toen wachten maar dan zou de verkoop niet doorgaan. De vader en de zoon hebben volgens de zoon toen afgezien van de meerwaardeclausule. 

 

Hof Den Haag oordeelt dat de zoon niet heeft aangetoond dat hij met zijn ouders dan wel met zijn vader is overeengekomen dat de meerwaardeclausule zou zijn vervallen. De zoon heeft erkend dat van de door hem gestelde afspraak niets op papier is gezet. Uit de door de zoon gestelde omstandigheden valt niet zonder meer af te leiden dat deze afspraak is gemaakt. De zoon heeft derhalve ongelijk.