Misleiding bij inbraakschade?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt over een afwijzing van een inbraakschade wegens opzettelijke misleiding.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had een verzekerde toegelaten om tegenbewijs te leveren dat hij verzekeraar opzettelijk heeft misleid bij indiening van een schadeclaim na een inbraak.

Het gerechthof vond dat vooreerst bewezen, omdat de er geen consistente verklaring was gegeven door het aanzienlijke verschil in omvang tussen de goederen die hij bij de politie als vermist had opgegeven en die hij geclaimd had bij verzekeraar. Uit de getuigenverklaringen volgt vervolgens wel dat verzekerde liefhebber en verzamelaar was van designgoederen die hij kocht via internetveilingen en Marktplaats, maar ook dat die in een loods waren opgeslagen en niet in de woning.

Het gerechtshof vindt daarom dat er geen overtuigende verklaring voor het verschil in opgaves bij politie en verzekeraar wordt gegeven. Uit het deskundigenonderzoek ter plaatse blijkt ook nog dat een eerder geclaimde en door verzekeraar uitbetaalde ruitschade niet gerepareerd is en deze bij de inbraak nu opnieuw geclaimd wordt. Niet aannemelijk is dat die schade hersteld is destijds. Er blijkt niet dat er ruiten zijn vervangen gelet op de staat van de glaslatten en niet onderbroken verf. Ook daarvoor wordt geen goede verklaring gegeven. Het gerechthof vindt ook dat hier opzettelijke misleiding aangetood wordt. Verzekeraar hoeft niet uit te betalen en neemt verzekerde terecht op in de frauderegisters.