Nadere uitwerking NOW-3

Het Noodpakket 3.0 is op 1 oktober 2020 ingegaan. Onderdeel van dit noodpakket is de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud 3’ (NOW-3). In een brief aan de Tweede Kamer van 30 september 2020 gaat minister Koolmees in op de nadere uitwerking van de NOW-3. De minister hoopt de definitieve regeling van de NOW-3 binnen 2 weken te publiceren.

De NOW-3

De NOW-3 bouwt verder op de eerdere tranches van de NOW-1 (eerste tranche van 
1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020) en de NOW-2 (tweede tranche van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020). In de NOW-3 zijn de derde (van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020), vierde (van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021) en vijfde tranche (van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021) geregeld.

Hoogte van de NOW-3-subsidie

In de derde tranche bedraagt het maximale vergoedingspercentage 80% van de loonsom, waarbij deze wel met 10% mag dalen. In de vierde tranche bedraagt het maximale vergoedingspercentage 70% met een loonsomvrijstelling van 15%. In de vijfde tranche gaat het om maximaal 60% van de loonsom met een loonsomvrijstelling van 20%.

De aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden net als in de NOW-2 gecompenseerd door een toeslag van 40%.

De twee belangrijkste criteria voor de bepaling van de hoogte van de subsidie zijn de omzetdaling en de loonsom. In het kader van een geleidelijke afbouw wordt het minimale omzetverlies om in aanmerking te komen voor subsidie verhoogd van 20% in de derde tranche naar 30% in de vierde (vanaf 1 januari 2021) en de vijfde tranche (vanaf 1 april 2021).

Ten slotte wordt de maximering van het in aanmerking te nemen loon binnen de NOW-3 aangepast: in de vijfde tranche (vanaf 1 april 2021) wordt de tegemoetkoming gemaximeerd op eenmaal het maximum dagloon (€ 4.845 per maand), in plaats van op tweemaal het maximum dagloon (€ 9.691 per maand). Op die manier komt de vijfde tranche dichter bij de reguliere sociale zekerheid te liggen, waarin ook het maximale dagloon geldt.

De eis dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht, waarmee kapitaal aan de onderneming onttrokken wordt, blijft bestaan. In de eerste, tweede en derde tranche geldt dit voor 2020, in de vierde en vijfde tranche geldt dit voor 2021.

Bepaling omzetdaling en loonsom

De wijze van berekenen van omzetdaling blijft gelijk aan de NOW-1 en 2: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Het is van belang, ook voor de vierde en vijfde tranche, vast te houden aan deze referentieperiode in 2019, omdat de omzet in dat jaar nog niet is vertekend door de gevolgen van de COVID 19-crisis.

Net als in de NOW-1 en 2 kan per tranche worden aangegeven over welke periode de omzetdaling moet worden berekend, waarbij de startdatum altijd op de eerste van de maand moet liggen en de kalendermaand moet vallen binnen de desbetreffende tranche. De omzetperiode begint derhalve altijd uiterlijk op de eerste dag van de derde kalendermaand binnen een tranche. Op die manier sluit de omzetberekening beter aan bij bedrijven die te maken hebben met een omzetverlies dat ‘na-ijlt’. Indien er al een aanvraag is ingediend voor de NOW-2 en de subsidie is verleend, dient de periode van omzetdaling voor de derde tranche van de NOW-3 aan te sluiten op die periode van omzetdaling waarvoor in de NOW-2 subsidie is aangevraagd. Dit geldt ook voor de drie tranches in de NOW-3. Indien er aanspraak wordt gemaakt op de NOW-subsidie in opeenvolgende tranches, dienen de omzetperiodes dus op elkaar aan te sluiten.

Wat betreft de bepaling van de loonsom geldt dat alle drie de tranches in de NOW-3 zullen worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020.

Bedrijfseconomisch ontslag van personeel

In de NOW-3 worden de kortingen geschrapt die golden binnen de NOW-1 en 2 ten aanzien van het doen van een aanvraag tot ontslag van een werknemer om bedrijfseconomische omstandigheden. Bij ontslag van 20 of meer werknemers in een werkgebied van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) blijven ook in de NOW-3 uiteraard wel de gewone regels rondom collectief ontslag onverkort van kracht, waaronder de verplichting tot het raadplegen van de belanghebbende vakbonden en indien aanwezig, de ondernemingsraad.

In de NOW-3 is wel een inspanningsverplichting opgenomen voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemers die afvloeien. Als wordt vastgesteld dat een werkgever bedrijfseconomisch ontslag heeft aangevraagd, maar geen contact heeft gehad met het UWV over van werk naar werk begeleiding, zal de NOW-subsidie met 5% worden gekort.

Aanvraag, voorschotverlening en vaststelling subsidie

Het UWV streeft ernaar het aanvraagloket voor de derde tranche te openen op 
16 november 2020, voor de duur van 4 weken, tot 13 december 2020, waarbij er subsidie kan worden aangevraagd voor de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2020. Na het toekennen van de subsidie, zal de aanvrager een voorschot van 80% ontvangen in drie termijnen. Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche is
15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.

Aanvragen kunnen alleen worden ingediend via het daarvoor ontworpen formulier dat via www.uwv.nl beschikbaar wordt gesteld. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. In de praktijk wordt ernaar gestreefd om de betaling van het eerste voorschot binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren, zodat er ook aansluiting is met de bevoorschotting uit de NOW-2.

Om de NOW-3 uitvoerbaar te houden voor het UWV, is ervoor gekozen om de vaststelling voor de drie tijdvakken in een keer uit te voeren, vanaf 1 september 2021. Als een werkgever voor alle drie de tijdvakken subsidie heeft ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tranches plaats vanaf 1 september 2021, maar moet voor iedere tranche een aparte aanvraag om vaststelling worden gedaan. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt nog. De werkgever heeft weer 24 weken om een aanvraag tot vaststelling te doen. In het geval een werkgever een accountantsverklaring moet overleggen is deze periode 38 weken.