Onder ‘pensioenverzekeraar’ moet ook worden verstaan een ‘pensioen-BV’.

image_pdf

Dit heeft de Rechtbank op 20 december 2016 in Den Haag bepaald (ECLI:NL:RBDHA:2016:15931).

Wat was er aan de hand?
Partijen zijn op 7 mei 1994 met elkaar gehuwd. Bij – onherroepelijke – beschikking van deze rechtbank van 21 april 2016 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 3 augustus 2016 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De man heeft pensioen in eigen beheer opgebouwd. De vrouw heeft in de echtscheidingsprocedure dan ook verzocht tot afstorting van de aan haar toekomende pensioenaanspraken in het kader van de verevening bij een door de vrouw aan te wijzen pensioenverzekeraar. De rechtbank heeft dit verzoek gehonoreerd en geoordeeld dat de man, in zijn hoedanigheid van DGA, ervoor moet zorgen dat drie maanden na inschrijving een bedrag van ruim € 500.000,- moet worden betaald.

De vrouw heeft na de echtscheiding een besloten vennootschap opgericht, waarvan zij enig aandeelhouder en bestuurder is. De statutaire doelomschrijving van deze BV komt overeen met een pensioen-BV.

De vrouw verzoekt de man om tot betaling van genoemd bedrag op het rekeningnummer van de door haar opgerichte BV, hierna te noemen pensioen-bv, over te gaan.

De man weigert dit. Hij stelt de rechtbank in haar beschikking heeft beslist dat het bedrag moet worden gestort bij een door de vrouw aan te wijzen ‘pensioenverzekeraar’ en meent dat dit niet gelijk is aan een pensioen-bv.

De vrouw spant dan ook een Kort Geding procedure aan. De voorzieningenrechter dient echter bij zijn oordeel uit te gaan van de onherroepelijke beschikking van de rechtbank van 21 april 2016. Hierin is de vordering van de vrouw tot afstorting van het haar toekomende bedrag onder een door de vrouw aan te wijzen verzekeringsmaatschappij, dan wel op een andere fiscaal toelaatbare wijze toegewezen, in die zin dat een voorschot van de te verevenen pensioenrechten waarop de vrouw aanspraak heeft moet worden gestort onder een door de vrouw aan te wijzen pensioenverzekeraar, onder afwijzing van het meer of anders verzochte.

Bovenstaande lijkt er op te wijzen dat de rechtbank de door de vrouw verzochte ‘andere fiscaal toelaatbare wijze’ heeft afgewezen.

In de onderhavige situatie ligt dat volgens de Voorzieningenrechter echter anders en overweegt hierbij dat het dictum van een uitspraak moet worden uitgelegd in het licht en met inachtneming van de overwegingen die tot de beslissing hebben geleid. Hieruit volgt dat indien het dictum een afwijzing van het “meer of anders” gevorderde of verzochte bevat, in het licht en met inachtneming van de overwegingen die tot de beslissing hebben geleid, moet worden bepaald of die afwijzing betrekking heeft op een (bepaald deel van de) vordering of een (bepaald deel van het) verzoek, dan wel of de rechter die vordering of dat verzoek over het hoofd heeft gezien en de afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft (zie o.a. Hoge Raad, 27 juni 2014; ECLI:NL:HR:2014:1532).

Onder een ‘andere fiscaal toelaatbare wijze’, zoals door de vrouw verzocht, dient mede te worden verstaan storting van de te verevenen pensioenrechten in een pensioen-BV. De man moet dat ook hebben kunnen begrijpen. Te meer nu gesteld noch gebleken is (ook niet uit de door partijen in het geding gebrachte opvattingen van ‘deskundigen’) dat een dergelijke storting fiscaal ontoelaatbaar is. Volgens de voorzieningenrechter moet worden aangenomen dat de rechtbank in haar beschikking van 21 april 2016 met de afwijzing van ‘het meer of anders verzochte’ niet ook (heeft beoogd) de door de vrouw verzochte afstorting op een andere fiscaal toelaatbare wijze heeft afgewezen.

De man dient in zijn hoedanigheid van DGA dan ook tot betaling aan de pensioen-BV van de vrouw over te gaan.

Commentaar
De verwarring zit hem mogelijk in de gehanteerde term ‘pensioenverzekeraar’. Beter zou zijn geweest om afstorting te vorderen bij een ‘pensioenuitvoerder’. Dit begrip is ruimer en omvat zowel een pensioenfonds, – verzekeraar als een eigen BV.

Voor de goede orde dient te worden opgemerkt dat wanneer de plannen van Wiebes doorgaan, dat de DGA dan kan kiezen om het in eigen beheer opgebouwde pensioen om te zetten in een ‘oudedagsverplichting’. Hierop is de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding echter niet op van toepassing. Dit houdt in dat partijen dan onderling afspraken zouden moeten maken ten aanzien van een eventuele verdeling bij scheiding. Wél is inmiddels duidelijk dat het deel dat alsdan toekomt aan de ex-partner ook mag worden afgestort in een eigen BV. Zie balieplus.nl

Mirjam Koenes
Over Mirjam

[...]

Bekijk profiel