Onderneming voor bedrijfsopvolgingsfaciliteit of niet

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat een BV met forse vastgoedportefeuille geen onderneming drijft en bedrijfsopvolgingsfaciliteiten na overlijden daarom niet van toepassing zijn. 

Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erfbelasting is van belang of het vermogen van de BV waarvan de aandelen vererven is aan te merken als ondernemingsvermogen of niet. In een uitspraak van de rechtbank ging het om een BV met een grote vastgoedportefeuille. Daarop zijn een aantal mutaties geweest in de loop van de jaren. Om te kunnen spreken van het door de BV drijven van een onderneming moeten de activiteiten meer dan normaal vermogensbeheer te boven gaan. Als er ontwikkelingsactiviteiten plaats vinden moet dat als zodanig als het drijven van een onderneming kunnen worden aangemerkt. De relatieve omvang van de ontwikkelingsactiviteiten in verhouding tot de beleggingsactiviteiten is dan niet beslissen. Een belastingplichtige die en beroep doet op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit moet feiten stellen en aannemelijk maken dat hier recht op is. In deze procedure vindt de rechtbank dat dit niet lukt. Er is steeds een lange periode geweest tussen aanschaf en verkoop van de onroerende zaken. Er is maar één keer sprake geweest van projectontwikkeling, maar dat was vooral op initiatief van een huurder. De ombouw van een al aanwezig bemand naar een onbemand tankstation voor een huurder is dat ook niet. Van de gestelde omvang van de werkzaamheden voor 30-40 uur wordt nut en noodzaak niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank vindt dat de verrichte arbeid, maar ook niet uit het vermogensbeheer blijkt dat beoogd is overrendement te willen halen. Daarmee is de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing.