Onderscheid WGA- en IVA-deelnemers is geen verboden discriminatie

Deelnemers met een WIA-uitkering behorend tot een van beide groepen hebben op grond van het pensioenreglement recht op een WIA-aanvulling van het fonds.

Deelnemers met een IVA-uitkering hebben voor een periode van drie jaar recht op een WIA-aanvulling.

Deelnemers met een WGA-uitkering hebben recht op een WIA-aanvulling voor de gehele duur dat zij de WGA-uitkering ontvangen.

Voor beide groepen is de WIA-aanvulling vastgesteld op 10% van het loon bij een arbeidsongeschiktheid van 35 tot en met 100%.

 

Een deelnemer die aanvankelijk een WGA-uitkering ontving (80-100%) werd op een gegeven moment door het UWV volledig duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Zijn WGA-uitkering werd omgezet in een IVA-uitkering. Hierdoor verloor de deelnemer na drie jaar zijn WIA-aanvulling van het fonds. Hij was het daarmee niet eens en stelde dat het fonds verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte had gemaakt. 

 

Het College voor de Rechten van de Mens geeft aan dat hoewel onderscheid wordt gemaakt tussen twee groepen deelnemers die arbeidsongeschikt zijn, dit onderscheid niet is terug te voeren op een onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

Het College komt dan ook tot de conclusie dat het fonds geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt.

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel