Onderzoek: keuzevrijheid bij pensioen

Op 11 april jl. heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de resultaten van haar onderzoek naar keuzevrijheid bij pensioen gepubliceerd.

Uit het onderzoek blijkt dat deelnemers niet altijd juiste keuzes maken als het gaat om variabele pensioenproducten. Deze producten brengen nieuwe risico’s met zich mee. Ook niet alle pensioenuitvoerders gaan hier goed mee om. Kortom, de keuzevrijheid gaat niet vanzelf goed. Daar is meer voor nodig.

 

Verbeteringen en verder onderzoek

Uit het onderzoek is gebleken dat de keuzebegeleiding van de deelnemers voorafgaand aan hun pensionering bij de 22 onderzochte pensioenfondsen moet verbeteren. De informatie moet duidelijk en evenwichtig zijn, zodat de deelnemers het belang en de gevolgen van hun keuze goed snappen.

 

Ook komt naar voren dat bij de vijf onderzochte verzekeraars de variabele uitkeringsproducten nog onvoldoende zorgvuldig zijn ontwikkeld.  

 

De AFM is weliswaar voorstander van de keuzemogelijkheden, omdat hierdoor een hoger pensioenresultaat te behalen is, maar benadrukt dat dit niet vanzelfsprekend gebeurt. De AFM constateert dat verzekeraars niet zeker stellen dat variabele uitkeringen alleen terechtkomen bij deelnemers die de risico’s willen en kunnen dragen.

 

Aangezien de keuzevrijheid een verschuiving van risico’s van werkgever naar deelnemer met zich meebrengt, wordt ook het gedragstoezicht belangrijker. Voor verzekeraars en PPI’s gelden volgens de Wft strikte productontwikkelingseisen. Deze zijn echter niet opgenomen in de Pensioenwet.

 

De AFM wil graag in overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en De Nederlandsche Bank om te bekijken hoe voor pensioenfondsen nadere waarborgen voor productontwikkeling geïntroduceerd kunnen worden, zo blijkt uit de wetgevingsbrief.

 

De AFM komt met een zestal aanbevelingen:

1. Bekijk en bereken goed of een variabel pensioen voor uw deelnemers kostenefficiënt, nuttig, veilig en begrijpelijk is.

2. Bedenk al tijdens het productontwikkelingsproces welke risico’s deelnemers lopen, en hoe die zijn op te vangen.

3. Zorg niet alleen voor een hoge eerste uitkering, maar geef het hele variabele pensioen vorm in het belang van de deelnemer.

4. Geef adviseurs goede informatie over doelgroep, kenmerken, risico’s en kosten, zodat zij deelnemers goed kunnen adviseren.

5. Geef deelnemers duidelijke, correcte en evenwichtige informatie en zorg voor goede keuzebegeleiding bij deze ingrijpende keuze.

6. Houd in de gaten of de vaste en variabele pensioenen terecht komen bij de juiste deelnemers.

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel