Ook na verbreken aandeelhoudersrelatie blijft lening onzakelijk

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 juni 2020 uitspraak gedaan of een aan een deelneming verstrekte onzakelijke lening door de verkoop van de deelneming alsnog zakelijk wordt.

Belanghebbende is een bv die sinds 2011 een 49%-belang in een andere bv houdt. Belanghebbende heeft aan deze deelneming een lening verstrekt. Begin 2014 verkoopt belanghebbende de deelneming voor € 1. Drie maanden later scheldt belanghebbende de lening kwijt.

Belanghebbende waardeert de vordering ten laste van de winst af. De inspecteur weigert deze afwaardering. Volgens de inspecteur is de vordering op de deelneming een onzakelijke lening.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een onzakelijke lening. Onder andere het geringe eigen vermogen van de deelneming en het daardoor niet kunnen stellen van zekerheden, de onervarenheid met de branche waarin de deelneming opereert, de verwachting dat pas na vier jaar de aanloopverliezen zijn ingehaald en de grote behoefte aan financiering van werkkapitaal, maken dat het door belanghebbende aanvaarde debiteurenrisico is ingegeven door de aandeelhoudersrelatie ten tijde van het verstrekken van de lening.

Met de kwijtschelding van de lening nadat de deelneming is verkocht, verandert er volgens het hof niets. Op het moment van verstrekken van de lening was de lening onzakelijk. De latere verbreking van de aandeelhoudersrelatie maakt de lening niet ineens alsnog zakelijk.

De inspecteur heeft de afwaardering derhalve terecht gecorrigeerd.