Oprenten ODV bij negatieve markrente

 

In V&A 19-007 geeft het CAP aan hoe de oprenting van de ODV moet plaatsvinden nu de voor de oprenting van de ODV geldende marktrente (artikel 12.3a URLB 2011 (URLB) voor 2020 is vastgesteld op -0,107%. Aangezien geen ondergrens is bepaald, impliceert dit dat bij een negatieve (gewogen gemiddelde) rentevoet de oprenting met een negatief percentage moet plaatsvinden.

 

Wat betekent dit nu concreet?

 

Als de marktrente (artikel 12.3a URLB) negatief wordt vastgesteld, leidt de verplichte toepassing van deze negatieve rente tot een afname van de ODV. Als de ODV-termijnen al zijn ingegaan betekent dit een verlaging van de toekomstige ODV-termijnen. De lopende ODV-jaartermijn hoeft dus niet aangepast te worden.

 

Ten overvloede zij opgemerkt dat bij het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de (negatieve) oprenting niet meer is voldaan aan de fiscale voorwaarden. De ODV wordt dan onzuiver en wordt op grond van artikel 38p, vierde lid jo artikel 19b Wet LB (tekst 2016) progressief belast. Bovendien is revisierente verschuldigd.