Overgangsregeling art. 39f Wet LB 1964 niet van toepassing op in 2014 toegekende schadevergoeding

Dit bericht betreft een samenvatting van een conclusie van de A-G van de Hoge Raad.

Op 29 november 2018 heeft de A-G van de Hoge Raad conclusie (17/05027) genomen in een zaak waarbij aan de orde is of de tot 1 januari 2014 geldende loonstamrechtvrijstelling zoals destijds was opgenomen in artikel 11, lid 1, onderdeel g Wet LB 1964 van toepassing is op een in 2014 toegekende ontslagvergoeding.

 

In zijn uitspraak van 14 september 2017 (BK 16/03482) oordeelde het Gerechtshof Den Bosch dat uit de betreffende wettekst volgt dat de loonstamrechtvrijstelling alleen in geval de schadevergoeding is genoten voor het vervallen van de stamrechtvrijstelling op 1 januari 2014, zelfstandig op de schadevergoeding van toepassing kan zijn. Het hof heeft geoordeeld dat de schadevergoeding niet rentedragend in de zin van artikel 13a Wet LB 1964 is als de rente pas tegelijk met de vordering komt vast te staan en ook pas dan vorderbaar en inbaar wordt. Naar het oordeel van het hof is ook overigens geen genietingsmoment in 2013 aan te wijzen. Dit betekent volgens het hof dat bedoelde loonstamrechtvrijstelling slechts van toepassing kan zijn op grond van de overgangsregeling van artikel 39f Wet LB 1964. Het hof heeft overwogen dat de belanghebbende in kwestie op 31 december 2013 nog geen aanspraak had op het bedrag van de schadevergoeding zodat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 39f, lid 1, Wet LB 1964 dat sprake moet zijn van een op 31 december 2013 bestaande en bepaalbare aanspraak. Het hof oordeelde vervolgens dat die overgangsregeling niet in strijd is met artikel 14 EVRM. Het hof heeft belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen.

 

A-G Niessen meent in zijn conclusie dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de schadevergoeding niet rentedragend in de zin van artikel 13a Wet LB 1964 is geworden op het moment dat de wettelijke rente verschuldigd is. Met het hof is de A-G ook van oordeel dat de overgangsregeling van artikel 39f Wet LB 1964 niet van toepassing is op de door belanghebbende ontvangen schadevergoeding omdat de aanspraak op periodiek uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon op 31 december 2013 niet voldoende bepaald of bepaalbaar was. De conclusie van de A-G strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

 

De conclusie is op 18 januari 2019 gepubliceerd.

Erik van Toledo
Over Erik

Erik van Toledo is werkzaam als fiscaal-technisch medewerker bij de Belastingdienst, regio Amsterdam. Zijn specialismen zijn lijfrenteproducten, kapitaalverzekeringen en bancaire spaarvarianten, en ontslag-/loonstamrechten. Tevens participeert hij in de landelijke Kennisgroep [...]

Bekijk profiel