Pannenkoek is geen Koek

Op 26 juli 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam een uitspraak gedaan over de reikwijdte van de verplichtstelling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Zoetwaren.

 

De uitspraak is op 8 augustus jl. gepubliceerd.

Wat was er aan de hand?

 

De verplichte deelneming in Bpf Zoetwaren geldt voor werknemers die in dienst zijn van een onderneming behorende tot de zoetwarenindustrie.

Onder een onderneming in de Zoetwarenindustrie wordt o.a. verstaan:

Iedere onderneming in Nederland die uitsluitend of in hoofdzaak fabrieksmatig bloem en/of andere grondstoffen tot beschuit, toast, knäckebröd, biscuit, biscuitfiguren, koekjes, banket, koek en wafels verwerkt, ongeacht de soort; of fabrieksmatig producten vervaardigt, welke naar de aard der verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen daarmee vergelijkbaar is

 

Onderneming X, opgericht in 1991, hield zich aanvankelijk bezig met de productie van en de groothandel in zuivel. Sinds 1995 worden uitsluitend pannenkoeken en poffertjes geproduceerd. In 2015 is de onderneming verkocht aan de Franse groep Y en is de naam gewijzigd in Y.

 

Centrale vraag was of het produceren van poffertjes en pannenkoeken onder de werkingssfeer van het verplichtgestelde Bpf. voor de Zoetwaren valt, zoals het Bpf claimt, of niet.

Met andere woorden zijn pannenkoeken en poffertjes te kwalificeren als koek als bedoeld in het Verplichtstellingsbesluit, dan wel zijn pannenkoeken en poffertjes naar de aard van de verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met koek.

 

Het is aan het Bpf. Zoetwaren te stellen en zo nodig te bewijzen dat Y onder haar werkingssfeer valt.

 

Volgens de taalkundige beschrijving van koek in de ‘Dikke Van Dale’ zouden pannenkoeken en poffertjes in beginsel als koek kwalificeren. Anderzijds vallen pannenkoeken en poffertjes niet onder het begrip koek als de omschrijving volgens Wikipedia wordt gevolgd.

 

Wat in ieder geval kan worden vastgesteld is dat pannenkoeken en poffertjes niet worden gemaakt van deeg maar van vloeibaar beslag, dat voornamelijk bestaat uit melk, waaraan (behoudens in enkele recepten) geen suiker wordt toegevoegd. De structuur van pannenkoeken en poffertjes is niet stevig maar juist slap.

 

De kantonrechter komt tot de conclusie dat duidelijk is dat pannenkoeken en poffertjes volgens algemene maatschappelijke opvattingen niet als koek worden gezien. Toepassing, uiterlijke verschijningsvorm, structuur, smaak, samenstelling en bereidingswijze zijn essentieel anders bij pannenkoeken en poffertjes dan bij koek.

 

Daarnaast blijkt uit de door Y overgelegde deskundige opinie van bakkerijwetenschapper Gort koek in Nederland duidt op een specifiek product bestaande uit een mengsel van roggebloem en honing met de mogelijkheid van allerlei specifieke toevoegingen zoals kandij, gember, gedroogde vruchten enzovoorts. Volgens Gort zijn pannenkoeken en poffertjes niet te beschouwen als een soort koek.

Tot slot blijkt uit de categorisering in supermarkten dat pannenkoeken en poffertjes naar maatschappelijke opvattingen niet worden gerekend tot koek.

 

Op grond van deze bevindingen zijn pannenkoeken en poffertjes niet zijn te kwalificeren als koek en valt Y dus niet onder de werkingssfeer van het Bpf. Zoetwaren.  

 

Hans Swagten
Over Hans

Drs. Hans C.G. Swagten CPC is pensioeneconoom en Certified Pension Consultant (CPC). Hij heeft een ruime ervaring in pensioenadvisering en treedt regelmatig als docent op bij verschillende pensioenopleidingen. Daarnaast is hij voorzitter van de Examencommissie van de MPLA van Oysterwyck [...]

Bekijk profiel