Pensioenen in verkiezingstijd

image_pdf

Het Kabinet Rutte II heeft een aantal maatregelen genomen om ons pensioenstelsel te hervormen. Zo is de AOW-leeftijd verhoogd en voortaan gekoppeld aan de levensverwachting, zijn fiscale mogelijkheden beperkt in de tweede pijler, zijn toezichtsregels van pensioenfondsen aangescherpt en is via de SER een aantal hervormingsvarianten gepresenteerd. Het is genoegzaam bekend dat de grote uittocht van de babyboomers snel nadert. Nu de verkiezingen in aantocht zijn zou je denken dat ons pensioenstelsel daarbij een belangrijk onderwerp zou zijn.

Ik zou verwachten dat heldere uitgangspunten ten aanzien van ons pensioenstelsel onderdeel zouden uitmaken van de verschillende partijprogramma’s. Denk daarbij aan bijvoorbeeld:

  • Welke vervangingsratio streven wij na?
  • Maken wij het pensioen wel of niet persoonlijk(er)?
  • Welke keuzemogelijkheden voor deelnemers zijn wenselijk?
  • En het politieke verdelingsvraagstuk:
    – de wijze respectievelijk mate van (collectieve) risicodeling,
    – inclusief de verplichtstelling in bepaalde bedrijfstakken.

Echter, niets is minder waar. Een blik werpend op de verschillende partijprogramma’s zie ik dat harde standpunten worden genomen over de AOW-leeftijd en verhoging van de rekenrente. De AOW leeftijd zou – in ieder geval voor zware beroepen – terug moeten gaan naar 65 en de AOW ingangsleeftijd zou flexibel moeten worden. Deze onderwerpen worden echter geagendeerd zonder daarbij te letten op de financierbaarheid en de uitvoerbaarheid daarvan. Ditzelfde geldt voor de roep om pensioenen te blijven indexeren (of niet te korten) door de vermogenseisen te verlichten door een hogere rekenrente te verlangen. De vraag wat er gebeurt als dat hogere rendement niet wordt gehaald, wordt niet beantwoord.

Het accent van de maatschappelijke discussie zou naar mijn mening echter moeten liggen op de wijze waarop ons pensioenstelsel wordt ingericht. Daarbij zou veel meer ingegaan dienen te worden op de eerder genoemde voorbeelden. Pensioen is inmiddels een belangrijk maatschappelijk onderwerp, waarover de bewustwording in diverse lagen van de bevolking gelukkig groeit. In de discussie hierover moet wat mij betreft in elk geval helder worden hoe en in welke mate de feitelijke en gewenste risico’s tussen de diverse stakeholders zijn verdeeld. Welke risico’s dragen de uitkeringsgerechtigden en gewezen deelnemers en welke de premiebetalers: werkgevers en actieve deelnemers? En welke mate van risico is eigenlijk wenselijk? Daarnaast zou het moeten gaan over wie wanneer daarvoor in welke mate verantwoordelijk is.

Politieke partijen zouden er goed aan doen om in verkiezingstijd duidelijke standpunten in te nemen over de wijze waarop ons pensioenstelsel ‘future proof’ moet worden gemaakt. Het politieke verdelingsvraagstuk (risicodeling) dient daarbij zeker aan bod te komen met aandacht voor de feitelijke en gewenste risicodeling. Vooralsnog hebben zij dat niet gedaan en dat is een gemiste kans. Een grotere betrokkenheid van alle stakeholders en de kiezer in het bijzonder, is hierbij noodzakelijk. De kiezer heeft dan iets te kiezen en zal de politiek uiteindelijk dankbaar zijn. Een breed draagvlak voor ons pensioenstelsel is een absolute must.

Rajish Sagoenie
Over Rajish

Rajish Sagoenie is Principal en Actuaris AG bij Milliman Pensioenen te Amsterdam. Rajish heeft meer dan 24 jaar ervaring op pensioengebied en actuariële consultancy. Daarnaast is Rajish als consultant verantwoordelijk voor de adviserings- en certificeringswerkzaamheden voor meerdere [...]

Bekijk profiel