Pensioenfonds moet wijzigingen in statuten schriftelijk melden

image_pdf

Pensioenfonds moet wijzigingen in statuten schriftelijk melden.

Al meerdere malen heb ik op deze plaats geschreven over de kwestie rondom de brief van maart 2006 van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouw gericht aan de directeur-grootaandeelhouders van de verschillende bouwbedrijven. Ik verwijs naar mijn column van maart 2013 en die van april 2014. Deze story was ‘to be continued’… En inderdaad, op 6 november 2015 heeft de Hoge Raad zich wederom bij arrest hierover uitgelaten. Het Bpf Bouw was namelijk weer in cassatie gegaan van een arrest van het Hof Den Haag.

Het Hof in Den Haag had namelijk voor recht verklaard dat het Bpf Bouw onrechtmatig jegens de DGA had gehandeld en dat het Bpf Bouw derhalve gehouden was de schade die de DGA daardoor had geleden te vergoeden.

Schriftelijk

Het Hof had overwogen dat artikel 17 van de destijds geldende Pensioen- en spaarfondsenwet (de huidige Pensioenwet kent overigens een soortgelijke bepaling), bepaalde dat het bestuur van een pensioenfonds de deelnemers schriftelijk op de hoogte dient te stellen van wijzigingen in de geldende statuten en reglementen van het fonds en dat deze wetsbepaling er toe strekt dat belanghebbenden inzicht wordt verschaft in hun pensioenpositie, opdat zij zo nodig zelf aanvullende voorzieningen kunnen treffen. De afschaffing van een regeling is in dit verband (en dat was hier aan de orde voor de desbetreffende DGA’s in de bouw) de meest verstrekkende wijziging en is bij uitstek van invloed op de pensioenpositie van de belanghebbenden.

Het Bpf Bouw had het aanbod tot deelname aan de alternatieve regeling tevens opgenomen in de brief van maart 2006 waarin het de afschaffing mededeelde. Het Hof oordeelt ook, dat daardoor ook een en ander met elkaar verband houdt en dus de zorgplicht die op het Bpf Bouw rust ten aanzien van de kennisgeving van het aanbod niet los kan worden gezien van de kennisgeving over het verval van de regelingen.

Zorgplicht

De zorgplicht is voorts mede afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij voor het Bpf kenbare persoonlijke en financiële belangen van de deelnemers om tijdig een alternatief te kunnen voorzien tevens van belang zijn.

Of een DGA de brief nu heeft ontvangen of niet of anderszins er door op de hoogte is geraakt en gestopt is met betalen van premies doet niet af aan de zorgplicht van het Bpf om het gedane aanbod op juiste wijze bij de DGA te krijgen. Ook dat het aanbod onverplicht was maakt niet dat niet aan de zorgplicht voldaan hoeft te worden.

Het Bpf Bouw is tegen dit oordeel in cassatie gegaan, maar krijgt wederom van de Hoge Raad op 6 november 2015 het lid op de neus. De cassatie richtte zich met name tegen bovenstaande oordeel en dat oordeel zou alleen voor het vroegpensioenfonds gelden en niet voor het VUT-fonds. De Hoge Raad oordeelt echter dat het voor beide geldt en dat dat ook duidelijk uit artikel 17 PSW blijkt.

Aanbod

Daarnaast heeft het Bpf nog in cassatie aangevoerd, dat het ook middels andere communicatie-uitingen te kennen heeft gegeven dat de desbetreffende regelingen gestaakt waren. Dat kan wel zo zijn, aldus de Hoge Raad, maar dat impliceert nog steeds niet, dat de desbetreffende DGA’s ook op de hoogte waren van het gedane aanbod of dat het Bpf Bouw heeft voldaan aan de zorgplicht strekkende tot kennisgeving aan hem van een zodanig aanbod.

De Hoge Raad schenkt dus klare wijn. Het aanbod is onvoldoende zorgvuldig aan de deelnemers gecommuniceerd en de daaruit voortvloeiende schade dient door het Bpf Bouw te worden vergoed.

Het is dan ook nu weer een uitgelezen moment om contact te zoeken met het Bpf Bouw voor alle DGA’s die destijds de brief van maart 2006 niet hebben ontvangen of daar in het geheel niet op hebben gereageerd. Het Bpf Bouw heeft door de door het Bpf gekozen wijze van kennisgeving geen bewijs dat de kennisgeving de DGA’s heeft bereikt, zodat nu alsnog getracht kan worden om tot herstel over te gaan.

Let wel op dat het hieruit ontstane vorderingsrecht niet verjaart en trek tijdig aan de bel als u als DGA alsnog wilt deelnemen en pensioen op wilt bouwen.

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel